Categoriearchief: Jaarwiel Winter

Hoe krijg je meer energie?

Winter, moe, weinig energie – wie kent het niet. 
Een deel is het natuurlijke ritme van het jaar, omdat we in de winter meer in de yin-fase komen, onze aandacht naar binnen richten. Ook actief, maar dat zie je dus niet van buiten. 

In de tempeltraining in het Rijk van de Maan werken we met de Pleiaden. Een van hen is Elektra. Die naam hoeft nauwelijks toelichting! 

Elektra geeft ons toegang tot onze energie. 

Spoiler! We hebben nooit te weinig energie – we ZIJN energie! 
Alle informatie en beweging in ons lichaam komt tot stand door elektriciteit: de hartslag, alle zenuwimpulsen en bewegingen. 

Als je nog een laagje dieper gaat, bestaan we uit atomen, die trillen en bewegen: elektromagnetische straling, golven als we er niet mee bezig zijn, deeltjes als we onze aandacht erop richten. 

Ons lichaam is een serieuze energiecentrale. Een accu. Een batterij, zo je wilt. Een kerncentrale zelfs.

De godin Elektra leert ons om die energie te vinden, in beweging te brengen en te benutten en op te slaan. 
De aanleg is in iedereen aanwezig, maar net zoals spierkracht vraagt energiekracht een beetje training. 

Niet krampachtig, maar wel doelgericht.
Ontspannen doorgaan.
Door steeds ritmisch te blijven oefenen, bouwen we een steeds grotere veerkracht op, een groter incasseringsvermogen, en neemt onze effectiviteit toe. 

En onze impact op de wereld. Dat is simpel: met meer energie kunt je meer manifesteren. Hoe meer je weet wat je aan het doen bent, hoe duidelijker je keuzes zijn.

In de Kabbala zien we de levensboom afgebeeld IN ons lichaam: werken met de sferen geeft de energiecentrale kracht. Er tegenin gaan zorgt voor lekkage. 

Dat kan komen door krampachtigheid. En het kan ook door alles maar te laten gaan, los te laten, beschikbaar te houden voor de bonte stoet aan impulsen die toevallig langs komen (social media, anyone?). 
Dan lekt al je kracht snel weg.

Er bestaat een klassieke kabbalistische oefening die je energiesysteem weer lekker laat doorstromen. Dit is de oefening van de Middelste Pilaar. Je lichaam als middelste pilaar van de Levensboom, zoals je ziet in de afbeelding.

Ik heb hier een mooie meditatie van gemaakt, met de treurwilg sla levensboom. Werkt fantastisch. Je kunt deze meditatie gratis bestellen, komt vanzelf in je mailbox.

Hoe zorg jij voor jouw energieveld en maak je je batterij lekker sterk? Heb jij een favoriete energie oefening die voorjou altijd werkt? Vertel het ons!

Vingerlabyrint

Labyrint

Een van de eerste dingen die we deden, toen we in Frankrijk woonden en opeens beschikking hadden over een weiland, was een levensgroot labyrint maken. Met de bosmaaier.  Dagenlang liepen we door die bobbelige paadjes, rond en rond en rond en rond.

Ergens omheen draaien is de snelste weg
Eeuwenoud meditatief gebruik: een labyrint lopen. Er gebeurt helemaal niets en tegelijk gebeurt er een heleboel.

Het ontspant en brengt evenwicht. Een labyrint brengt je bij de kern van de zaak. Letterlijk, met heel veel omwegen, want dat is de snelste weg. Wanneer je iets van meerdere kanten bekijkt, kom je veel sneller tot de kern dan wanneer je er in een rechte lijn op af dendert. Het is al duizenden jaren bekend, een van die innerlijke-wereld waarheden die ons steeds ontglippen.

Laagje dieper
Als je sneller wilt, moet je geen gas geven en doordenderen, maar een laagje dieper gaan, achter de sluiers van het alledaagse de verbeelding in duiken. Daar helpt zo’n labyrint geweldig bij. Het doet er niet toe of je het nu met je voeten loopt of met je vingers of met je muis, als je aandacht maar meeloopt.

Omgekeerde wereld
Het labyrint brengt ons in de omgekeerde wereld, de geestige wereld, vol humor.  Religie is meestal bloedserieus, als je ergens om lacht heet het spotten. Maar spiritualiteit staat bol van de humor. Neem nu dit labyrint. De vorm doet denken aan de hersenen, 21e eeuwse hersenen. Hoewel de gladde rij-maar-door lijnen wel een beetje kronkelen, kun je het labyrint in en weer uit zonder een spoor achter te laten, zonder ergens op te botsen, zonder in verwarring te raken. Alles is geregeld. Alles is veilig. Als je maar binnen de lijntjes blijft, komt het allemaal goed – en als je er weer uit bent, is er niets gebeurd.

Of…?

Je weet het pas als je het echt doet. Lezen is een ding; doen is iets totaal anders. Durf jij het labyrint avontuur aan?

Hoe maak je een labyrint?

Om je eigen vingerlabyrint te lopen,  kun je gewoon de afbeelding hierboven uitprinten. Nog leuker is het, om  zelf een tekening maken.

 

Wassilissa de Wijze en haar popje

PopjeIntuitieIDT
In een afgelegen koninkrijk leefde eens een koopman met zijn vrouw en hun enige mooie dochter Wassilissa. Toen het kind acht jaar was, werd de vrouw plotseling heel ziek. Op haar doodsbed riep zij Wassilissa bij zich, gaf haar een pop en zei: “Luister, kindjelief, dit zijn mijn laatste woorden: vergeet ze niet. Ik ga sterven en laat je mijn zegen en dit popje na. Houd het altijd bij je en laat het aan niemand zien. In geval van nood vraag je haar om raad.” Daarna kuste zij haar dochter voor de laatste keer en stierf.

De koopman rouwde lang over zijn vrouw, maar toen besloot hij opnieuw te trouwen en koos een weduwe met twee dochters. Maar voor zijn dochter Wassilissa was het huwelijk niet zo geslaagd, want de nieuwe vrouw was een echte stiefmoeder. Zij liet haar alle zware karweitjes opknappen in de hoop dat zon en wind haar schoonheid teniet zouden doen.

Maar Wassilissa verdroeg alles zonder klagen en werd met de dag mooier, terwijl haar stiefzusters van pure jaloezie steeds magerder en lelijker werden, hoewel zij de hele dag geen hand hoefden uit te steken. Maar de pop troostte Wassilissa en nam haar veel werk uit handen.

Er ging een jaar voorbij en Wassilissa kreeg veel huwelijksaanzoeken. Maar zij mocht niet trouwen vóór haar stiefzusters die door niemand werden gevraagd. Op een keer moest de koopman op reis naar een ander land. Tijdens zijn afwezigheid verhuisde de stiefmoeder naar een huis aan de rand van een groot bos. En in datzelfde bos stond op een open plek een klein huisje, waarin de Baba Jaga woonde. De Baba Jaga liet niemand in haar buurt komen en wie het toch deed, at zij op. Voor de stiefmoeder stond het nieuwe huis precies op de goede plek. Zij stuurde Wassilissa voortdurend het bos in, maar met behulp van haar popje keerde zij steeds behouden terug.

Op een herfstavond gaf de stiefmoeder de drie meisjes werk te doen. De een moest breien, de ander borduren, maar Wassilissa moest spinnen. Daarna deed de stiefmoeder het vuur uit en liet alleen een klein lichtje branden opdat de meisjes bij het werk konden zien. Zelf ging zij naar bed. De kaars begon lager te branden en een van de stiefdochters nam haar breinaald om de pit schoon te maken; daarbij doofde zij met opzet het vlammetje. Ze had geen licht nodig zei ze. Haar breinaalden glansden helder genoeg, en de ander zei dat haar borduurnaald ook genoeg licht gaf. Maar Wassilissa moest naar de Baba Jaga om vuur te halen en zij duwden haar de kamer uit.

Wassilissa ging naar haar kamer, gaf haar popje te eten zoals altijd en vertelde dat zij het bos in gestuurd was. Het popje zei haar niet bang te zijn en haar mee te nemen, dan zou haar niets overkomen.

Hoewel zij doodsbenauwd was, stopte Wassilissa haar popje in haar zak, sloeg een kruis en ging het bos in. Plotseling reed er een in het wit geklede ruiter op een wit paard voorbij en het werd dag. Een verder reed er een in het rood geklede man voorbij op een rood paard en de zon ging op. De hele dag en de hele nacht liep Wassilissa door het bos en op de avond van de volgende dag kwam zij bij een hut die omgeven was door een palissade van mensenbeenderen. Op de palen waren schedels gestoken. De deurposten waren van beenderen, de klink was een mensenarm en het slot was een mond met grijnzende tanden. Wassilissa viel bijna flauw van schrik en bleef als aan de grond genageld staan. Toen kwam er plotseling een andere ruiter voorbij, dit keer geheel in het zwart en op een zwart paard. Hij sprong af, maakte de deur open en verdween alsof de grond hem opgeslokt, en alles was zo zwart als de nacht. Even later begonnen de ogen in alle schedels op de palissade te gloeien en op de open plek werd het zo licht als midden op de dag. Wassilissa beefde van angst, maar omdat ze niet wist waar ze heen moest, bleef ze waar ze was.

Toen begonnen de bomen te ruisen en de Baba Jaga verscheen gezeten op een vijzel; zij stuurde met een stamper en veegde haar sporen met een bezem weg. Bij de deur aangekomen, snuffelde ze en schreeuwde dat het naar Russen rook en vroeg wie er was.

“Ik ben het, grootmoedertje. Mijn stiefzusters hebben mij naar u toegestuurd om vuur te halen.”

“Goed,” zei de Baba Jaga, “ik ken jou. Blijf jij maar een poosje bij mij, dan krijg je vuur.”

Dus gingen ze samen naar binnen. De Baba Jaga ging liggen en gaf Wassilissa opdracht haar alles wat in de oven was te eten te brengen.

Er was genoeg voor tien, maar de Baba Jaga at alles op en liet voor Wassilissa alleen een korst brood en wat soep over.

Daarna zei ze: “Als ik morgen wegga, moet je het erf vegen, de hut schoonmaken, het middageten koken, de was doen en dan in de graanschuur de beschimmelde aren van de goede aren scheiden. Alles moet klaar zijn als ik thuiskom, want anders eet ik je op.”

Toen de Baba Jaga in haar bed begon te snurken, gaf Wassilissa haar eten aan het popje en vertelde haar van het vele werk dat zij moest doen. Maar het popje zei haar dat ze het eten zelf moest opeten en niet bang moest zijn, maar haar gebeden zeggen en naar bed gaan; want de ochtend was wijzer dan de avond.

Vroeg in de morgen toen Wassilissa wakker werd en de ogen in de schedels juist doofden, reed de witte ruiter voorbij en het werd licht. De Baba Jaga floot en vijzel, stamper en bezem verschenen; de rode ruiter reed voorbij en de zon ging op. Toen de Baba Jaga weg was, bleef Wassilissa alleen achter en stond bedrukt te peinzen over welk werk ze het eerste zou doen. Maar alles was al gedaan en het popje zocht net de laatste beschimmelde aren eruit. Wassilissa noemde haar popje haar redster, zei haar dat zij haar voor een grote ramp had behoed en het popje vertelde haar dat ze nu alleen nog maar eten hoefde klaar te maken.

Toen het avond begon te worden dekte Wassilissa de tafel en wachtte, en toen de Baba Jaga kwam en vroeg of alles was gedaan, zei Wassilissa: “Kijkt u zelf maar, grootmoedertje.” De Baba Jaga controleerde overal en ontstak in woede, omdat ze geen fouten kon vinden, maar ze zei alleen maar: “Ja, het is goed.”

Toen riep ze haar trouwe dienaren die haar graan moesten malen. Daarop verschenen drie paar handen die begonnen te malen. De Baba Jaga schranste net zoveel als de voorgaande dag en zei toen tegen Wassilissa dat zij de volgende dag hetzelfde werk moest doen, maar bovendien het maanzaad op de graanzolder lezen en het afval netjes wegruimen.

Opnieuw vroeg Wassilissa haar popje, dat haar zei net zo te doen als de avond tevoren; en de volgende dag deed het popje alles wat Wassilissa had moeten doen. Toen de oude vrouw thuiskwam controleerde zij alles en riep daarna haar trouwe dienaren weer. De drie paar handen verschenen weer, haalden het maanzaad en persten de olie eruit. Terwijl de Baba Jaga at, stond Wassilissa stil naast haar.

“Wat sta je daar te staren met je mond dicht?” vroeg de Baba Jaga. “Heb je je tong verloren?”

“Als u het goed vindt, zou ik u een paar vragen willen stellen,” zei Wassilissa.

“Vraag maar,” zei de Baba Jaga, “maar denk erom dat niet alle vragen wijs zijn. Veel kennis maakt vroeg oud.”

Wassilissa vertelde haar dat zij alleen iets over de ruiters wilde vragen. De Baba Jaga zei haar dat de eerste haar dag was, de rode haar zon en de zwarte haar nacht. Daarna dacht Wassilissa aan de drie paar handen, maar durfde niet verder te vragen en hield haar mond.

“Waarom vraag je verder niets?” zei de Baba Jaga.

“Zo is het genoeg,” zei Wassilissa. “U heeft zelf gezegd, grootmoedertje, dat te veel kennis oud maakt.”

Daarop zei de Baba Jaga dat zij er verstandig aan had gedaan alleen te vragen naar wat zij buiten voor de hut had gezien, maar dat zij zelf nu ook haar vragen had. En zij vroeg hoe Wassilissa met al haar werk was klaargekomen.

Wassilissa vertelde dat de zegen van haar moeder haar had geholpen.

“Dat is het dus,” zei de Baba Jaga. “Maak dan maar dat je wegkomt, ik heb in mijn huis geen zegen nodig,” en zij duwde Wassilissa de kamer uit en door de deur naar buiten, pakte een schedel met zijn gloeiende ogen van de palissade, stak hem op een stok en gaf hem Wassilissa.

“Hier is het vuur voor je stiefzusters,” zei ze, “neem maar mee naar huis.”

Wassilissa maakte dat ze wegkwam. Op de avond van de volgende dag kwam ze thuis en wilde de schedel weggooien. Maar er kwam een stem uit vandaan, die zei dat zij dat niet moest doen, maar hem bij haar stiefmoeder moest brengen. En omdat Wassilissa geen licht in het huis zag, deed zij dat ook.

Voor het eerst werd zij vriendelijk door haar stiefmoeder en stiefzusters ontvangen. Zij vertelden haar dat zij sinds haar vertrek geen vuur meer hadden gehad, dat ze geen vuur hadden kunnen maken en dat het van de buren geleende vuur was uitgegaan toen het de kamer in was gebracht.

“Misschien gaat jouw vuur niet uit,” zei de stiefmoeder.

Zij nam de schedel mee de woonkamer in, maar de gloeiende ogen van de schedel staarden haar en haar dochters voortdurend in de ogen, tot diep in de ziel. Zij probeerden zich te verstoppen, maar de ogen volgden hen overal en toen de ochtend kwam, waren zij tot as verbrand.

Toen het licht werd, begroef Wassilissa de schedel, deed de deur op slot, ging naar de stad en vroeg een eenzame vrouw haar tot de thuiskomst van haar vader bij zich te laten wonen; en daar wachtte zij.

Maar op een dag zei ze tegen de oude vrouw dat ze zich verveelde zonder werk en vroeg haar vlas te kopen om te spinnen. Maar het garen dat Wassilissa spon was zo dun en fijn als een zilveren haar, en geen weefstoel paste erbij. Dus vroeg Wassilissa haar popje om raad. In een enkele nacht zorgde het popje voor een prachtige weefstoel, en toen in het voorjaar het linnen geweven was, gaf Wassilissa het aan de oude vrouw en vertelde haar dat zij het moest verkopen en het geld mocht houden. Maar de oude vrouw bracht het naar koninklijk paleis; de koning zag het en vroeg hoeveel zij ervoor wilde hebben. Zij zei dat niemand een dergelijk weefstuk kon betalen en dat zij het als geschenk had meegebracht.

De koning bedankte haar, gaf haar geschenken en liet haar weer gaan. Maar er was geen kleermaker te vinden die van het linnen hemden kon naaien, zo fijn was het. Toen liet de koning de oude vrouw bij zich roepen en zei haar, dat als zij de stof gesponnen en geweven had, zij ook de hemden moest kunnen naaien. Daarop vertelde zij hem dat een mooi jong meisje de stof had gemaakt. De koning zei dat het meisje de hemden moest naaien. Dus naaide Wassilissa een dozijn van de allermooiste hemden en de oude vrouw bracht ze naar de koning. Ondertussen waste Wassilissa zich, kamde zich, trok haar mooiste kleren aan en ging voor het raam zitten wachten.

Tenslotte kwam er een dienaar van het hof en zei dat zijne majesteit de kunstenares die de hemden had gemaakt wilde ontmoeten, zodat hij haar eigenhandig kon belonen. Wassilissa volgde de dienaar naar het paleis en verscheen voor de koning. Toen hij de mooie Wassilissa zag, werd hij verliefd op haar en zei dat hij haar niet meer wilde laten gaan. Zij moest zijn vrouw worden.

Hij pakte haar bij de handen en zette haar op de troon en diezelfde dag nog werd het huwelijk gesloten. Spoedig daarna kwam de vader van Wassilissa van zijn reizen naar huis, verheugde zich over haar geluk en mocht van nu af in het paleis bij zijn dochter blijven wonen. Wassilissa nam ook de oude vrouw bij zich in het paleis. En het popje hield zij tot aan het eind van haar leven bij zich.

 

 

Samenvatting

Het Russische volkssprookje over de mooie Wassilissa. Wassilissa verliest op jonge leeftijd haar moeder, die haar een popje achterlaat. Vader hertrouwt met een boze stiefmoeder die haar twee eigen dochters voortrekt. Na een poosje stuurt ze Wassilissa zelfs voor een boodschap naar de heks Baba Jaga, in de hoop dat ze nooit meer terugkomt. Baba Jaga laat het meisje als tegenprestatie allerlei opdrachten uitvoeren, en het popje van haar moeder helpt haar daarbij. Wassilissa keert uiteindelijk met de gloeiende kooltjes terug, en die branden zo heet dat stiefmoeder en zus de volgende dag tot as zijn vergaan.

Het is een inwijdingsverhaal, en uniek in die zin, dat alle belangrijke personages vrouwen zijn.

 

Bron: verhalen almanak

Runen – Jera – gerechtigheid, karma en moeiteloos leven.

Jera-gerechtigheid-idt klein

Jera, rune van gerechtigheid. Over karma, regressie en moeiteloos leven.

Jera is de twaalfde letter, de klank is ‘j’.

Haar letterlijke betekenis is ‘jaar’ of ‘seizoen’. En het belangrijkste seizoen was natuurlijk de herfst, want oogst. Herfst harvest, betekent jaarfeest, jera fest.

Jera laat zien, wat je inspanning je heeft opgeleverd. Wat is je oogst, of met een mooi woord: karma?

Je kunt het hele verhaal hier bekijken of hieronder  lezen.

Jera vraagt:  hoe is jouw oogst?

Hoewel het lieflijke lijflijke lentefeest het verrukkelijkste feest is, is jera feest het belangrijkste feest. Het is de oogst, die ons in leven houdt. Voor een goede oogst is wat voorbereiding nodig. Niet eens zoveel, want alles in de natuur is moeiteloos. Echt. Moeiteloos, maar met precisie.
Als ik naar mijn eigen leven kijk, heb ik behalve glorieuze jera-momenten ook heel wat mislukte oogsten achter de rug.

Kampioen verkeerde verzorging

Natuurlijk heb je wel eens pech. Hagel, stormwind, stortregen.

Maar vaker begon het al met het zaaien: verkeerd gewas gekozen. Iets wat ik eigenlijk niet lekker vond, maar wat zo hoorde. Iets wat niet groeide, wat meer zon nodig had, of een andere bodem.

Ik ben ook kampioen verkeerde verzorging. Vergeten water geven, het veld niet serieus nemen. Kunstmest proberen als vervanging voor de goede bodem, waardoor het gewas nauwelijks voedingswaarde had en stukgroeide.

Jera zegt: mijmer over je oogst. 

O, mislukte oogsten zijn zo vervelend.

Maar ze zijn zo lekker leerzaam.

niet vanzelf. Behalve het blunderen is het handig om er ook even over te mijmeren. Op welk moment het nou mis ging. En hoe dat kwam.

Geduldig en met mededogen voor jezelf.

Mijmer over je successen. Waarom dat opeens zo lekker liep.

Jera wijst je aan waar de sleutels zitten, diep in jezelf.

Jera is de ideale rune voor regressiewerk.

Als iemand in een regressie-traject een pijnlijke situatie uit een vorig leven wil healen, kijken we niet alleen naar de situatie, maar ook hoe het is ontstaan.

Welke zaden heeft ze gezaaid? Had ze overtuigingen die niet bleken te kloppen? Heeft ze op enig moment heeft ze een keuze gemaakt, die tegen haar hart inging? Of kwam het door een gebrekkige verzorging van de waardevolle dingen in haar leven? Hoe kwam dat dan?
Die oorzaken en achterliggende beslissingen sporen we samen op. En dan zetten we ze recht. Dat is een prachtig, verrijkend proces.

Het resultaat is totaal magisch. Allerlei dingen vallen vanzelf op hun plek, onverwacht, zonder verdere inmenging. Helemaal ’toevallig’. Moeiteloos.

Er bestaat in mijn ogen niet zoiets als toeval.  ’Geluk’ of ’pech’, het zijn verschijnselen dat je leven op weg is naar een ander spoor. Je hebt innerlijke een andere keuze gemaakt. Pech is vaak indirect geluk. Misschien wel in 99% van de gevallen.

Zo was er een client, laat ik haar Anja noemen, die een probleem had in haar liefdesleven met een zekere schaduwachtige figuur, Nico, die haar heel naar behandelde, maar tot wie ze zich niettemin sterk voelde aangetrokken. Het leek wel alsof ze  een soort verplichting voelde. Maar ze kon niet ontdekken waar dat sterke gevoel vandaan kwam.

In ons regressiewerk stuitte ze op een dramatische situatie met een minaar die haar vermoord had terwijl ze zwanger was. De minnaar voelde naadloos aan als de schaduwachtige Nico die opnieuw was opgedoken in haar leven. Ze voelde naast haar weerzin opnieuw de aantrekkingskracht van toen.

Verkeerde inschatting

’Hoe kwam je destijds aan die minnaar?’ vroeg ik. We gingen op zoek en ontdekten dat ze n haar vorige leven haar positie totaal verkeerd had ingeschat. Ze had allerlei keuzes over het hoofd gezien. Ze dacht dat ze hem iets verplicht was, maar daar was geen sprake van.

We gingen nog wat verder terug in de tijd, en ze maakte andere keuzes. Haar leven veranderde en ze vond een andere minnaar, waardoor ze een veel betere positie kreeg.

In een volgend gesprek vroeg ik haar het het met Nico ging en ze keek me verbaasd aan. ’Nico? O, die is helemaal uit mijn leven verdwenen. ’

Alsof hij er nooit was geweest.

Het spel, niet de knikkers

Een andere client, laat ik haar Sandra noemen, werkte aan de Thuistempel. Ze had  takjes nodig van vier bomen, voor haar Rebbelstokjes. ’Die bomen groeien hier niet,’ schreef ze. En ze wilde graag een kant en klaar setje bestellen.

Het was niet waar, want die bomen groeien overal. Ik weet dat, maar voor Sandra wordt het een reuze ontdekking.

Ik heb haar op queeste gestuurd om de bomen te vinden. Thuis, of zo ver ze er maar voor moest reizen. Want het zit m natuurlijk niet in die stokjes! Het gebeurt tijdens de reis. Het gebeurt op het moment dat je de boom voor het eerst hebt gespot. Het gebeurt op het moment dat je daar staat, met de snoeischaar in het park, of puzzelend boven de dode takjes, of het wel de goeie zijn. En hoe je daar achter komt.

En daarom is het ook niet erg om fouten te maken. Op lange termijn bestaan er geen fouten. Door vlijtig te werken,  en alles goed wil doen, alleen omdat het moet, die mist de hele clue.

Dat is het mooie aan regressiewerk. Als je leven hele moeizaam is, is er ergens iets niet goed gegaan.

En dat kun je nu, zoveel jaren of zoveel levens later, gewoon hestellen, omdat je je opties van toen veel beter kunt inschatten.

En dat is het mooie aan Jera. Oogst, dat komt ergens door. En terwijl je aan het werk bent, is het goed om te weten dat er oogst komt, en ook, omje daar verder niet om te bekommeren.

Welke magische ervaringen heb jij, met vorige levens? Vertel het in het commentaar.

De kunst om mee te surfen op het kosmische getij, op het ritme van de zon en de maan: daar word je blij van. Dat is de Hartslag van de Tempel.

Meld je hier aan, dan krijg je de traditionele wijsheid gratis in je mailbox. 

Een oud orakel voor het nieuwe jaar

 
Als je nog iets zoekt om Oudejaarsavond een magisch tintje te geven, denk dan eens aan loodgieten. Dat is een oude europese traditie voor Oudjaar.

198.010Nee, het gaat niet om de waterleiding en er komt ook geen gootsteenontstopper aan te pas.
Het gaat letterlijk om lood gieten. Lood gieten is een orakelmethode, die je vertelt hoe jouw nieuwe jaar zal worden.

 

Het metaal Lood wordt traditioneel geassocieerd met Saturnus, de oudste planeet. Vandaar dat des symboliek zo  mooi past bij het oude jaar.

Lood smelt al bij een temperatuur van 327,5 graden, gewoon boven een kaars.
Je giet een lepel gesmolten lood in een kom water. De vormen die zo ontstaan, kun je intuïtief duiden.

Deze orakeltechniek heet ‘eidetisch schouwen’. De beste manier is om gewoon associatief naar je vorm te kijken en het eerste te roepen wat in je op komt.
Daarna ga je over die vorm mijmeren. Wat wil die olifant of schaar je vertellen? Al mijmerend onthucsm_bleigiesser-figuren-westfalia_9be79f7305lt je onderbewuste je allerlei diepere lagen die je op het eerste gezicht over het hoofd ziet.

Je kunt vissers-loodjes  gebruiken of een klein stukje loodslab zoals op het dak wordt gebruikt. In Duitsland kun je schattige setjes kopen, ‘zum Blei Giessen’, speciaal voor Sylvester Abend.

Wij hebben het orakel al een paar keer uitgevoerd met bijenwas. De vormen zijn iets grilliger, maar het werkte prima en het rook ook erg lekker.

Wat ga jij doen met Oudejaarsavond ?

Midwinter, een traditie vol symboliek. Deel 10: over de drempel

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De krans krijgt traditiegetrouw een plekje op de deur. Een deur is een magische plek, een drempel naar een andere wereld. Van buiten naar binnen. Zo boven, zo beneden. Elke jaarwisseling is een deur aar een nieuwe fase.

Als je iets bijzonders wilt ervaren, stap dan eens vol aandacht over een drempel. Uit de ene plaats – heel even wachten, op het snijpunt van twee werelden – en den de volgende wereld binnen. Deuren, poorten, drempels, kruispunten op de weg, dit zijn de plaatsen waar je van richting kunt veranderen, waar je perceptie zich totaal omkeert.

Een mooi, heel eenvoudige oefening is om letterlijk over de drempel te gaan. Heel langzaam. En dan heel goed te voelen. Helemaal mooi, als daar een beetje mistletoe hangt…

Holly_Christmas_card_from_NLI

Er is nog veel meer over de krans te vertellen.

Natuurlijk er bestaan kransen die mooier zijn. Maar ik houd het op deze haalbare eenvoud, De magische geheimen zijn deze winterdagen mijn voedsel. We gaan nu de Twaalf Heilige Nachten in, een ideale tijd om je af te stemmen op je dromen. Elke nacht symboliseert een van de twaalf maanden van het jaar.

Ik neem in deze periode in mijn Thuistempel even de tijd voor, om over de symbolen en mijn dromen te mediteren.Zo ontdek ik steeds meer betekenisvol toeval, associaties, toevalligheden, die helpen om mijn leven weer af te stemmen op het Grote Geheel.

Dit was de laatste blog in deze serie over Midwinter, ik hoop dat je ervan genoten hebt en ik vind t leuk om iets terug te horen. Maar vooral hoop ik,  dat je nieuwe inspiratie hebt opgedaan, voor jezelf, voor jouw eigen Thuistempel.

Wil je daar wat meer vorm aan geven, meld je dan aan voor de Hartslag van de Tempel. Je krijgt direct een heerlijke vitaliserende Luisterreis cadeau.

Zoek je iets te lezen tijdens de kerstperiode? Bestel In Persephone’s armen door Debora Zachariasse.

Heb je van deze  Midwinter-serie  blogs genoten? Delen = lief! Dank je wel.