Categoriearchief: Sprookjes

Speelse magie: een Zorgenpopje maken

Magie is niet alleen Belangrijk en Serieus. Het gaat over meer dan het aanroepen van Goden en Grote Machten. Magie is vooral het in beweging brengen van de ijsberg die onder ons bewustzijn ligt: ons onderbewuste. Dat is het grootste deel van ons wezen. Het onderbewuste begrijpt niets van je mooie redeneringen. Het is speels en kinderlijk, het denkt in beelden.

Een fijne manier om hiermee te werken is door een popje te maken. Ale religies ter wereld maken popjes. Sommige ‘popjes’ zijn van materiaal dat weinig meegeeft en lang zijn vorm houdt, met grote vaardigheid gemaakt door de beste kunstenaars ter wereld. Machtig, onaards mooi, goden, uit marmer of graniet gehakt. Sommige zijn Madonna’s die je hart raken, van goud of van hout. Zij brengen de sfeer van de oneindigheid over, de eeuwigheid, de glorie en majesteit van de innerlijke wereld. Goden.

Andere popjes zijn bedoeld om ons bij te staan in het dagelijks leven. Ze herinneren ons aan het praktische nut van ons onderbewuste en brengen dit in beweging. We kennen een dergelijk popje uit het verhaal van Wassilissa, die vuur ging halen bij Baba Jaga. Haar popje knapte al het werk op, dat Wassilissa zelf niet voor elkaar kreeg.

Deze popjes voor dagelijks gebruik zijn bijzonder effectief. Ze zijn klein en aanraakbaar, gemaakt van klei, was, stof of leer of houtsnijwerk. Zij hebben een specifieke taak. die duidelijk is afgebakend.

Beperkte houdbaarheid

De popjes voor dagelijks gebruik krijgen bewust een korte levensduur, die past bij hun taak. Door gebruik worden ze namelijk steeds groter en sterker, want  wat je aandacht geeft, groeit. Op den duur raken ze uit balans en dan worden ze vervelend. Zo ontstaan demonen, ongebalanceerde kracht. Dat wil je echt niet. Ze hebben dus een beperkte levensduur nodig, zodat ze niet de kans krijgen om zich van alles in hun hoofd te gaan halen.

DanspopjeIDT
Wat voor popjes kun je maken?
  • Je kunt een popje maken met dansende rokjes en belletjes om je huis te zegenen en te reinigen en blij te worden.
  • Je kunt een popje maken dat de weg weet, die jou op een goed spoor zet om jouw verlangen te bereiken.
  • Je kunt een tranenpopje maken om samen even heel verdrietig te zijn en die je verdriet dan op zich neemt.
  • Je kunt een ‘veilig-weer-thuis’ popje maken om mee te geven als iemand op reis gaat.
  • Je kunt een mascotte maken om de wedstrijd te winnen.
  • Je kunt ook een popje maken dat jou zelf voortelt, een Ik-poppejte. Dat kan je heel veel over jezelf leren.
  • Je kunt een Genezingspopje maken van was of klei en – analoog aan de voodoo popjes – genezing brengen door op de zieke plek een acupunctuur naaldje in te brengen van precies de goede kleur. Dat kun je voor jezelf doen, of – met expliciete toestemming – voor een ander.
Zwarte magie is domme magie

Als je iets wilt doen voor een ander zonder toestemming, is het zwarte magie, wat een ander woord is voor domheid.

Ik vind dat niks. Spiritualiteit gaat erover, dat je eigen verantwoordelijkheid neemt en je eigen leven op orde brengt in plaats van rond te knoeien in het veld van een ander.  Het feit alleen al, dat je vindt dat die ànder iets moet, geeft al aan dat jij werk te doen hebt voor jezelf.

Je kunt alle ziekten van je omgeving  in jezelf genezen.  Nee dat is niet gemakkelijk, ik zal de laatste zijn die dat beweert. Maar het is de enige manier. Zoek het op, diep in jezelf, waar zitten de raakvlakken met jou? Pak dat aan, in jezelf.  If you’e spot it, you’ve got it. Uiteindelijk betaal je als magiër altijd zelf de prijs.

Natuurlijk mag je elkaar wel helpen! Alleen geen ongevraagde inmenging.Zo respecteer je de autonomie van de ander, dat is een groot verschil.

Zorgenpopje

Een van mijn vriendinnen is een zorgzame wijze vrouw. Zorgzaam gaat vaak hand in hand met  ‘zich zorgen maken’. Dat is niet zo erg, want zo werkt het nu eenmaal. Maar als je ziek bent, of er gebeurt heel veel tegelijk, gaan die zorgen gemakkelijk met je aan de haal.

Voor haar maakte ik een Zorgenpopje en al tijdens het maken, begon het popje een eigen leven te leiden. Het vertelde me precies, hoe ik het moest maken, wat er nodig was, en ook heel belangrijk, hoe hij heette.

En wat ik haar moest vertellen, over hem. Zodat ze zelf kan kiezen hoe ze met hem wil werken. Of niet.

Dit is het verslag.

Hoi, ik ben Bonkie, jouw Zorgenpopje.

Ik kan iets heel cools: toveren. Ik kan namelijk zorgen voor je oplossen. Daar ben ik een kei in.

Als jij je zorgen maakt, geef die zorg dan alsjeblieft aan mij.
Dat is niet moeilijk. Vertel mij je zorg en vraag (niet vergeten) of ik je zorg wil overnemen.
Kies de kleur die bij jouw zorg past.

‘Maar hoe kan ik nu met jou praten? Je hebt niet eens oren!’

Kijk, ik heb iets bij me. Een heleboel mooie gekleurde draden.
Die gebruik je om met mij te praten.
Ik begrijp die draden direct. Meteen. Subiet.

Bind dan een draadje om mijn arm of been, om mijn hals of om mijn middel.
Net wat jij het meest toepasselijke vindt.
Die draadjes, daarmee praat je met mij. Dat is belangrijk.

Dan ga ik meteen voor je aan de slag, om die zorg op te lossen. Dat kan ik, omdat ik daar speciaal voor gemaakt ben. Het is wat ik doe. Mijn ding.

Als je zorg heel groot is en extra sterke of snelle actie nodig is, rijg dan een gekleurde kraal aan het draadje. Dan weet ik genoeg. Dan ga ik driedubbel snel en sterk voor je aan de slag.

Om het makkelijk te maken heb ik een ‘woordenboek’ voor je gemaakt.
Voor de kleuren en hoe ik die opvat.
Dit is hoe ik geprogrammeerd ben. Daar kan ik verder ook niks aan doen.
Je moet hier niet van afwijken, want anders snap ik het niet.

Kleuren-woordenboek

Paars: Zorgen over je verbinding, met elkaar, met het grote geheel, en de liefde.

Groen: Zorgen over geld, en over je liefsten.

Geel: Zorgen over dingen die je niet kunt onthouden, als je bang bent om iets te vergeten. Nare zorgen over je studie

Oranje: Emotionele zorgen die je weliswaar vastplakt aan allerlei situaties, maar die eigenlijk gewoon in je hoofd zitten, zoals onzekerheid, of jezelf niks waard vinden, of bang dat je het niet redt of veel te emotioneel wordt. En zo.

Roze: zorgen over je werk en je gezondheid.

Helemaal delegeren

Ik wil die zorg wel echt helemaal hebben. Dus geef m aan mij en laat m dan los. Als je mij voor de gek houdt, en stiekem nog een stukje achterhoudt en door blijft piekeren, dan schei ik ermee uit. Delegeren is loslaten, anders kan ik mijn werk niet doen.
Dan kun je me wel een nieuw draadje geven, herkansing, zeg maar. Dat kan altijd! Ik ben super vergevingsgezind.

Als je zorg klaar is, opgelost, of het is geen punt meer, haal het draadje dan weer van me af, graag.
Ik vind het fijn, als je dan een mooi blij liedje voor me zingt. En me vertelt hoe opgelucht en gelukkig je bent. Als bedankje voor mijn werk.
En dan wil ik even uitrusten. Een dagje of zo, dat is genoeg, daarna kan ik nieuwe zorgen aanpakken.

Mijn kracht is beperkt

Ik heb kracht voor een heel jaar, onbeperkt. Maar daarna moet ik echt rusten.
Als je echt van mij houdt, laat me dan ook weer gaan.

Zing met Pasen 2018 nog één keer een liedje voor me. Het geeft niet als het vals is.
En pulk me dan alsjeblieft helemaal uit elkaar. Mijn resten gooi je in het Paasvuur. Als je nog nooit een Paasvuur hebt gemaakt, maak dan alsjeblieft oor mij voor één keer een Paasvuur.
Elke keer als ik iets voor je mag doen, stijgt mijn energie weer een stapje op, naar hogere trilling, en na het vuur mag ik daar blijven! Weet je wat een plezier je me daarmee doet!

Dank je wel, ik ben Bonkie, en tot je dienst.

 
Bijzonderheden van Bonkie:
  • Ik ben gemaakt van een zakdoek, omdat ik heel goed ben in drogen van tranen.
  • Ik heb blauw bloed, omdat ik echt heel goed ben in wat ik doe, als een aristocraat, en ook, omdat degene voor wie ik gemaakt ben van blauw houdt. En ook een beetje omdat het rode draad op was.
  • Mijn hoofd is helemaal leeg, dat is prettig voor mijn werk. Mijn werk doe ik namelijk niet door denken, maar door oplossen, terug de leegte in.
  • Ik heb dansende benen, om zorgeloos door het leven te dansen. (Jij denkt misschien dat ik eindeloos bezig ben met die zorgen, net als jij, maar niets is minder waar; ik ben GOED, weet je nog.
  • Ik ben zacht.
  • Mijn hart bestaat uit veren, het is zo licht als een veertje.
  • Ik heb stevige vuisten, om me een weg te boksen door alle moeilijkheden.
  • En ik heb ballen. Ik kan alles aan. Durf alles. Serieus he, ALLES.
  • Op mijn hart draag ik een drievoudig beschermend kruis, van hoop, geloof en liefde. Dat houdt me bij elkaar. Ik kan het iedereen aanbevelen.

Dat is het. Ik ben Bonkie. Ik ben Less is More.

Wassilissa de Wijze en haar popje

PopjeIntuitieIDT
In een afgelegen koninkrijk leefde eens een koopman met zijn vrouw en hun enige mooie dochter Wassilissa. Toen het kind acht jaar was, werd de vrouw plotseling heel ziek. Op haar doodsbed riep zij Wassilissa bij zich, gaf haar een pop en zei: “Luister, kindjelief, dit zijn mijn laatste woorden: vergeet ze niet. Ik ga sterven en laat je mijn zegen en dit popje na. Houd het altijd bij je en laat het aan niemand zien. In geval van nood vraag je haar om raad.” Daarna kuste zij haar dochter voor de laatste keer en stierf.

De koopman rouwde lang over zijn vrouw, maar toen besloot hij opnieuw te trouwen en koos een weduwe met twee dochters. Maar voor zijn dochter Wassilissa was het huwelijk niet zo geslaagd, want de nieuwe vrouw was een echte stiefmoeder. Zij liet haar alle zware karweitjes opknappen in de hoop dat zon en wind haar schoonheid teniet zouden doen.

Maar Wassilissa verdroeg alles zonder klagen en werd met de dag mooier, terwijl haar stiefzusters van pure jaloezie steeds magerder en lelijker werden, hoewel zij de hele dag geen hand hoefden uit te steken. Maar de pop troostte Wassilissa en nam haar veel werk uit handen.

Er ging een jaar voorbij en Wassilissa kreeg veel huwelijksaanzoeken. Maar zij mocht niet trouwen vóór haar stiefzusters die door niemand werden gevraagd. Op een keer moest de koopman op reis naar een ander land. Tijdens zijn afwezigheid verhuisde de stiefmoeder naar een huis aan de rand van een groot bos. En in datzelfde bos stond op een open plek een klein huisje, waarin de Baba Jaga woonde. De Baba Jaga liet niemand in haar buurt komen en wie het toch deed, at zij op. Voor de stiefmoeder stond het nieuwe huis precies op de goede plek. Zij stuurde Wassilissa voortdurend het bos in, maar met behulp van haar popje keerde zij steeds behouden terug.

Op een herfstavond gaf de stiefmoeder de drie meisjes werk te doen. De een moest breien, de ander borduren, maar Wassilissa moest spinnen. Daarna deed de stiefmoeder het vuur uit en liet alleen een klein lichtje branden opdat de meisjes bij het werk konden zien. Zelf ging zij naar bed. De kaars begon lager te branden en een van de stiefdochters nam haar breinaald om de pit schoon te maken; daarbij doofde zij met opzet het vlammetje. Ze had geen licht nodig zei ze. Haar breinaalden glansden helder genoeg, en de ander zei dat haar borduurnaald ook genoeg licht gaf. Maar Wassilissa moest naar de Baba Jaga om vuur te halen en zij duwden haar de kamer uit.

Wassilissa ging naar haar kamer, gaf haar popje te eten zoals altijd en vertelde dat zij het bos in gestuurd was. Het popje zei haar niet bang te zijn en haar mee te nemen, dan zou haar niets overkomen.

Hoewel zij doodsbenauwd was, stopte Wassilissa haar popje in haar zak, sloeg een kruis en ging het bos in. Plotseling reed er een in het wit geklede ruiter op een wit paard voorbij en het werd dag. Een verder reed er een in het rood geklede man voorbij op een rood paard en de zon ging op. De hele dag en de hele nacht liep Wassilissa door het bos en op de avond van de volgende dag kwam zij bij een hut die omgeven was door een palissade van mensenbeenderen. Op de palen waren schedels gestoken. De deurposten waren van beenderen, de klink was een mensenarm en het slot was een mond met grijnzende tanden. Wassilissa viel bijna flauw van schrik en bleef als aan de grond genageld staan. Toen kwam er plotseling een andere ruiter voorbij, dit keer geheel in het zwart en op een zwart paard. Hij sprong af, maakte de deur open en verdween alsof de grond hem opgeslokt, en alles was zo zwart als de nacht. Even later begonnen de ogen in alle schedels op de palissade te gloeien en op de open plek werd het zo licht als midden op de dag. Wassilissa beefde van angst, maar omdat ze niet wist waar ze heen moest, bleef ze waar ze was.

Toen begonnen de bomen te ruisen en de Baba Jaga verscheen gezeten op een vijzel; zij stuurde met een stamper en veegde haar sporen met een bezem weg. Bij de deur aangekomen, snuffelde ze en schreeuwde dat het naar Russen rook en vroeg wie er was.

“Ik ben het, grootmoedertje. Mijn stiefzusters hebben mij naar u toegestuurd om vuur te halen.”

“Goed,” zei de Baba Jaga, “ik ken jou. Blijf jij maar een poosje bij mij, dan krijg je vuur.”

Dus gingen ze samen naar binnen. De Baba Jaga ging liggen en gaf Wassilissa opdracht haar alles wat in de oven was te eten te brengen.

Er was genoeg voor tien, maar de Baba Jaga at alles op en liet voor Wassilissa alleen een korst brood en wat soep over.

Daarna zei ze: “Als ik morgen wegga, moet je het erf vegen, de hut schoonmaken, het middageten koken, de was doen en dan in de graanschuur de beschimmelde aren van de goede aren scheiden. Alles moet klaar zijn als ik thuiskom, want anders eet ik je op.”

Toen de Baba Jaga in haar bed begon te snurken, gaf Wassilissa haar eten aan het popje en vertelde haar van het vele werk dat zij moest doen. Maar het popje zei haar dat ze het eten zelf moest opeten en niet bang moest zijn, maar haar gebeden zeggen en naar bed gaan; want de ochtend was wijzer dan de avond.

Vroeg in de morgen toen Wassilissa wakker werd en de ogen in de schedels juist doofden, reed de witte ruiter voorbij en het werd licht. De Baba Jaga floot en vijzel, stamper en bezem verschenen; de rode ruiter reed voorbij en de zon ging op. Toen de Baba Jaga weg was, bleef Wassilissa alleen achter en stond bedrukt te peinzen over welk werk ze het eerste zou doen. Maar alles was al gedaan en het popje zocht net de laatste beschimmelde aren eruit. Wassilissa noemde haar popje haar redster, zei haar dat zij haar voor een grote ramp had behoed en het popje vertelde haar dat ze nu alleen nog maar eten hoefde klaar te maken.

Toen het avond begon te worden dekte Wassilissa de tafel en wachtte, en toen de Baba Jaga kwam en vroeg of alles was gedaan, zei Wassilissa: “Kijkt u zelf maar, grootmoedertje.” De Baba Jaga controleerde overal en ontstak in woede, omdat ze geen fouten kon vinden, maar ze zei alleen maar: “Ja, het is goed.”

Toen riep ze haar trouwe dienaren die haar graan moesten malen. Daarop verschenen drie paar handen die begonnen te malen. De Baba Jaga schranste net zoveel als de voorgaande dag en zei toen tegen Wassilissa dat zij de volgende dag hetzelfde werk moest doen, maar bovendien het maanzaad op de graanzolder lezen en het afval netjes wegruimen.

Opnieuw vroeg Wassilissa haar popje, dat haar zei net zo te doen als de avond tevoren; en de volgende dag deed het popje alles wat Wassilissa had moeten doen. Toen de oude vrouw thuiskwam controleerde zij alles en riep daarna haar trouwe dienaren weer. De drie paar handen verschenen weer, haalden het maanzaad en persten de olie eruit. Terwijl de Baba Jaga at, stond Wassilissa stil naast haar.

“Wat sta je daar te staren met je mond dicht?” vroeg de Baba Jaga. “Heb je je tong verloren?”

“Als u het goed vindt, zou ik u een paar vragen willen stellen,” zei Wassilissa.

“Vraag maar,” zei de Baba Jaga, “maar denk erom dat niet alle vragen wijs zijn. Veel kennis maakt vroeg oud.”

Wassilissa vertelde haar dat zij alleen iets over de ruiters wilde vragen. De Baba Jaga zei haar dat de eerste haar dag was, de rode haar zon en de zwarte haar nacht. Daarna dacht Wassilissa aan de drie paar handen, maar durfde niet verder te vragen en hield haar mond.

“Waarom vraag je verder niets?” zei de Baba Jaga.

“Zo is het genoeg,” zei Wassilissa. “U heeft zelf gezegd, grootmoedertje, dat te veel kennis oud maakt.”

Daarop zei de Baba Jaga dat zij er verstandig aan had gedaan alleen te vragen naar wat zij buiten voor de hut had gezien, maar dat zij zelf nu ook haar vragen had. En zij vroeg hoe Wassilissa met al haar werk was klaargekomen.

Wassilissa vertelde dat de zegen van haar moeder haar had geholpen.

“Dat is het dus,” zei de Baba Jaga. “Maak dan maar dat je wegkomt, ik heb in mijn huis geen zegen nodig,” en zij duwde Wassilissa de kamer uit en door de deur naar buiten, pakte een schedel met zijn gloeiende ogen van de palissade, stak hem op een stok en gaf hem Wassilissa.

“Hier is het vuur voor je stiefzusters,” zei ze, “neem maar mee naar huis.”

Wassilissa maakte dat ze wegkwam. Op de avond van de volgende dag kwam ze thuis en wilde de schedel weggooien. Maar er kwam een stem uit vandaan, die zei dat zij dat niet moest doen, maar hem bij haar stiefmoeder moest brengen. En omdat Wassilissa geen licht in het huis zag, deed zij dat ook.

Voor het eerst werd zij vriendelijk door haar stiefmoeder en stiefzusters ontvangen. Zij vertelden haar dat zij sinds haar vertrek geen vuur meer hadden gehad, dat ze geen vuur hadden kunnen maken en dat het van de buren geleende vuur was uitgegaan toen het de kamer in was gebracht.

“Misschien gaat jouw vuur niet uit,” zei de stiefmoeder.

Zij nam de schedel mee de woonkamer in, maar de gloeiende ogen van de schedel staarden haar en haar dochters voortdurend in de ogen, tot diep in de ziel. Zij probeerden zich te verstoppen, maar de ogen volgden hen overal en toen de ochtend kwam, waren zij tot as verbrand.

Toen het licht werd, begroef Wassilissa de schedel, deed de deur op slot, ging naar de stad en vroeg een eenzame vrouw haar tot de thuiskomst van haar vader bij zich te laten wonen; en daar wachtte zij.

Maar op een dag zei ze tegen de oude vrouw dat ze zich verveelde zonder werk en vroeg haar vlas te kopen om te spinnen. Maar het garen dat Wassilissa spon was zo dun en fijn als een zilveren haar, en geen weefstoel paste erbij. Dus vroeg Wassilissa haar popje om raad. In een enkele nacht zorgde het popje voor een prachtige weefstoel, en toen in het voorjaar het linnen geweven was, gaf Wassilissa het aan de oude vrouw en vertelde haar dat zij het moest verkopen en het geld mocht houden. Maar de oude vrouw bracht het naar koninklijk paleis; de koning zag het en vroeg hoeveel zij ervoor wilde hebben. Zij zei dat niemand een dergelijk weefstuk kon betalen en dat zij het als geschenk had meegebracht.

De koning bedankte haar, gaf haar geschenken en liet haar weer gaan. Maar er was geen kleermaker te vinden die van het linnen hemden kon naaien, zo fijn was het. Toen liet de koning de oude vrouw bij zich roepen en zei haar, dat als zij de stof gesponnen en geweven had, zij ook de hemden moest kunnen naaien. Daarop vertelde zij hem dat een mooi jong meisje de stof had gemaakt. De koning zei dat het meisje de hemden moest naaien. Dus naaide Wassilissa een dozijn van de allermooiste hemden en de oude vrouw bracht ze naar de koning. Ondertussen waste Wassilissa zich, kamde zich, trok haar mooiste kleren aan en ging voor het raam zitten wachten.

Tenslotte kwam er een dienaar van het hof en zei dat zijne majesteit de kunstenares die de hemden had gemaakt wilde ontmoeten, zodat hij haar eigenhandig kon belonen. Wassilissa volgde de dienaar naar het paleis en verscheen voor de koning. Toen hij de mooie Wassilissa zag, werd hij verliefd op haar en zei dat hij haar niet meer wilde laten gaan. Zij moest zijn vrouw worden.

Hij pakte haar bij de handen en zette haar op de troon en diezelfde dag nog werd het huwelijk gesloten. Spoedig daarna kwam de vader van Wassilissa van zijn reizen naar huis, verheugde zich over haar geluk en mocht van nu af in het paleis bij zijn dochter blijven wonen. Wassilissa nam ook de oude vrouw bij zich in het paleis. En het popje hield zij tot aan het eind van haar leven bij zich.

 

 

Samenvatting

Het Russische volkssprookje over de mooie Wassilissa. Wassilissa verliest op jonge leeftijd haar moeder, die haar een popje achterlaat. Vader hertrouwt met een boze stiefmoeder die haar twee eigen dochters voortrekt. Na een poosje stuurt ze Wassilissa zelfs voor een boodschap naar de heks Baba Jaga, in de hoop dat ze nooit meer terugkomt. Baba Jaga laat het meisje als tegenprestatie allerlei opdrachten uitvoeren, en het popje van haar moeder helpt haar daarbij. Wassilissa keert uiteindelijk met de gloeiende kooltjes terug, en die branden zo heet dat stiefmoeder en zus de volgende dag tot as zijn vergaan.

Het is een inwijdingsverhaal, en uniek in die zin, dat alle belangrijke personages vrouwen zijn.

 

Bron: verhalen almanak

Welk monster verspert jou de weg?

Stel je voor: je maakt een plan en je zet de eerste stap.
En hoppa: metéén sta je onder druk.
Je hebt geen geld, geen tijd, je weet niet of het wel goed uitpakt, je aarzelt, je aandacht wordt opge-eist door de Duizend Dagelijkse Dingen, en voor je het weet is je goede voornemen VERDWENEN.

Hoe komt dat? Dat doet het Driekoppige Monster.

Als spiritueel leraar is mijn werk om mensen te helpen, om je driekoppige monster te temmen en op te voeden, zodat jullie samen echt heel goede maatjes worden.

Friends for life. Zoiets als je trouwe hond.

Om te beginnen, vertel ik je zijn drie geheime namen.

Dank je wel voor het kijken!

Voor jou als ondernemende vrouw biedt de traditionele Europese wijsheid nog veel meer praktische handvatten: om je twijfels te overwinnen, om je kracht elke keer weer terug te vinden, om je intuitie te leren vertrouwen. En om schuldgevoel het hoofd te bieden.

Meld je aan voor de Hartslag van de Tempel, dan krijg je meteen een mooie vitaliserende Luisterreis cadeau. Geniet van Debora’s magische stem!

Gebruik jij wel het juiste lichaam?

We wonen op de aarde maar hoe bewuster je wordt van de hemel in jezelf, hoe meer je innerlijke oog zich opent voor de grootsheid en de ongekende mogelijkheden van de mens.

Maar  hoe krijg je die grootsheid op de grond zonder op te branden en jezelf helemaal af te matten?

O ja, en ‘Peuch’ schrijf je zo: Pwyll.  😉

Wat helpt jou om echt je innerlijke grootsheid te ervaren en neer te zetten?

Runen – Nauthiz, in nood

Nauthiz-nood

In het oude sprookjesboek van mijn moeder stond een plaatje van Nood. Een hongerige, griezelige engerd met ingevallen wangen en een priemende neus.

Nauthiz. Nood.  Ik was doodsbang voor Nauthiz. Vond ‘m naargeestig, akelig. Eng. Nu is hij mijn favoriete rune. Huh?

Waarom is Nood zo mager? En zo eng?

Nood is mager en dwingend, een hongerend verlangen, dat te lang niet is gevoed.
Het verlangen is te groot, het  accepteert geen nee.  Het MOET eten hebben:  aandacht, voeding, koestering. NU.

Nood kent ook een andere vorm: als jij toe bent aan groei, gooit de kosmos je een ramp voor de voeten. Zomaar. Zonder reden. En dan helpt Nauthiz je er doorheen.

Maar stel, dat het om een weggestopt verlangen gaat.

Waarom komt dat verlangen niet gewoon aan bod?

Goeie vraag! Soms omdat je leven af is,  in beton gegoten.

Je speelruimte is op. Je tijd is volgepland. Je hebt een huis, een hypotheek, een baas of een bedrijf of een full-time ziekte. Bovenal heb je familie en vrienden die overal iets van vinden. Je hebt verwachtingen gewekt en daar moet je nu aan voldoen. En als je ze niet zelf hebt gewekt, hebben anderen ze wel over je heen geprojecteerd.

Mensen worden vilein als jij niet aan hun verwachtingen voldoet. Dus doe je mee, om aan al die verwachtingen te voldoen.

Eerste hobbel: troost

Je hebt nog een paar vrije momenten. Vul je die met de dingen die je ziel voeden?
Als je vol onvrede zit? Waarschijnlijk niet.
Die  onvrede moet verpakt worden, in een dikke deken van troost en vertier.

Troost kan van alles zijn. Zoete dingen, fastfood. Drank. Seks. Alsmaar nieuwe kleren schoenen gadgets kopen. Roken. Ach ja, eentje, nog eentje, nog ééntje.

Sporten. Werk. Allerlei spirituele workshops en opleidingen. Of je projecteert het allemaal op een ander, die je dan gaat bedillen en corrigeren.

Er moet altijd maar meer komen. Dat komt omdat er geen genoeg bestaat.

Alles wat je weg houdt bij je Nood, is verslavend. Maar Nood is heel eng. Je rent ervan weg.

Wat is Nood eigenlijk?

Nood is eigenlijk gewoon levenskracht. Levenskracht wil groeien, kan niet stoppen met groeien, en gaat ook nooit stoppen met groeien.
Ook niet als het is afgedekt met een dikke laag asfalt of beton. Het groeit er dwars doorheen. Des-nood-s met geweld. Levenskracht is goed. Het is het beton waar de schaar in moet. Dat verlangen moet gevoed!

Maar ik heb geen idee wat ik verlang!

Mis. Het goede nieuws is dat je precies weet wat je verlangt.

Punt is, het is gegarandeerd iets wat onmogelijk lijkt. Anders had je er immers allang gedaan!
Je moet dus op zoek naar Verboden Dingen. Onmogelijke Dingen. Dat is eng*, ja. Maar daar vind je je antwoord.

Tip: je verlangen spreekt in stilte. Nooit opdringerig. Wel helder.

Mijmer er maar wat over
Als ik echt mijn gang kon gaan….
Als ik zes weken had om willekeurig wat te leren, full time, betaald, wat zou ik dan leren?

Dan sta je op, spring drie keer op en neer, en roep: Dit is MIJN leven. Ja, heel maf. Heel lekker, ook.
En dan schrijf je 5 dingen op die je NU al kunt doen om te spelen dat het al zo was. En dan doe je er een van.

Stuwmeer van manifestatiekracht

Je brengt daarmee iets magisch op gang. Doordat je verlangen zo groot is, zit er een heel stuwmeer van manifestatiekracht achter. Als je daar plek voor maakt, gaat alles stromen. Een symfonie van synchroniciteit barst los. Alles valt op zijn plaats. Helend, genezend, in diepe verwondering.   Ik heb dat talloze keren gezien en beleefd,  bij mezelf, bij de studenten en priesteressen van de Tempel. Het is magisch, bevrijdend genezend.

Maar voordat je dar bent, moet je nog even een tweede hobbel over.

Tweede hobbel: trots

‘Maar ik kan dat helemaal niet.’

Nee, natuurlijk kun je het niet. Nou en. Het is heel gezond om een goede verhouding te hebben met het feit, dat je ergens geen bal van kunt. Je mag lekker aanklooien en blunderen. Je leert het vanzelf.

Toen ik 15 was, verhuisden we naar het Brielse Meer en mijn vader kocht een zeilboot. Ik vond het zeilen fantastisch,  maar ik keek wel met verbazing de continue staat van paniek aan boord. Pas na zijn overlijden hoorde ik, dat hij nog nooit had gezeild. Een jaar later had hij een navigatie cursus afgerond, kocht een zeewaardig jacht en stak de Noordzee over naar Engeland.
Je leert het vanzelf.

Toen ik 40 kreeg ik de kans om viool te leren spelen. Ik had dat als kind dolgraag geleerd, maar thuis vonden ze viool maar kattengejank. En dat klopte, het was ook kattengejank. Maar ik speelde, dat ik Yehudi Menuhin was. Ook hij had ooit staan krassen op de A-snaar.
O wat een geluksgevoel, als het dan af en toe en steeds vaker lukt.

Nood geeft groot geluk.

PippiKanHet

Als je het niet zelf pakt, komt Nood het je brengen.

Nood laat zich niet wegduwen. Nood verwoest desnoods je betonnen gewoonten om het leven te redden.
Als je niet luistert, word je ziek, krijg je een ongeluk, word je ontslagen, gaat je lief bij je weg. Je ziet het niet aankomen.

Die scheur, waar het licht door naar binnen komt? Het werk van Nood.  Wie weet was het een gevalletje ’you had it coming’. Hoeft niet. Maar het is hoe dan ook een kans. Zoals de vliezen breken voor de geboorte,

Doe het. Red je leven.

Nauthiz-Sterdans.CrCoSmijt de smoesjes uit het raam en ga dansen, wandelen, bewegen. Donder die drop en koekjes weg en zet een schaal fruit neer.

Verspil je kostbare tijd  aan roddel en ruzies? Stop ermee. Zet Netflix uit, neem beleefd maar ferm afstand van vileine drammers en ga je eigen ding doen. Waar je blij van wordt.

Ga schilderen, zeilen, zingen, spelen, vrijen, dansen, reizen, kruiden plukken in de maneschijn. Doe het. Ga vieren dat je leeft.

Nauthiz helpt je. Je hoeft niet alles zomaar overboord te gooien. Wilde sprongen maken in het ongewisse, dat is niet waar dit over gaat. Maar een beetje loslaten… en dat is net iets anders. Bekijk het filmpje over loslaten hier! 

Roep Nauthiz

nauthizVoetRuneidtRoep Nauthiz om je hartsverlangen terug te vinden.
Roep Nauthiz als je een moeilijke situatie tegemoet gaat.
Teken Nauthiz op je voeten, op je armen, op je hart, om bij jezelf te blijven.
O dat is zulke krachtige magie.
Daar word je gelukkig van.

Welk hartsverlangen heb jij gevolgd? Vertel het in het commentaar!

De kunst om mee te surfen op het kosmische getij, op het ritme van de zon en de maan: daar wordt iedereen blij van. Dat is de Hartslag van de Tempel.

Meld je hier aan, dan krijg je de traditionele wijsheid gratis in je mailbox. 

Grenzen stellen: het meisje zonder handen

stop-hier-grensGrenzen stellen. Het is een hot item. Moeten onze grenzen dicht? Moeten ze juist open? En hoe doe je dat persoonlijk?

Voor veel vrouwen is grenzen stellen de ultieme nachtmerrie. Dat is raar. Want Grenzen Trekken is toch juist goed?  Het is toch belangrijk? Je moet helemaal jezelf zijn. Your vibe attracts your tribe. Of niet soms? En trouwens, er komt een moment, dan moet je wel. Dan is het grenzen trekken of ten onder gaan.

Maar die grenzen ontketenen dus een drama. Je argumenten worden van tafel geveegd. Mensen beginnen lelijke dingen over je te zeggen. Je reputatie wordt beschadigd. Allerlei gezellige kennissen hebben geen tijd meer voor je. Met een beetje pech verlies je klanten, je baan en zelfs het dak boven je hoofd.

Machteloos
Daar sta je dan. Volkomen machteloos. Het voelt ongelooflijk onrechtvaardig. Je hebt niks verkeerd gedaan. Je hebt alleen je eigen grens aangegeven,  en dat moest, anders had je geen leven. Maar al je mogelijkheden zijn opeens verdampt.

Ik weet dat, want ik heb het allemaal meegemaakt. Meerdere keren zelfs. De verwarring, het ongeloof, de pijn, de eenzaamheid. Vooral de machteloosheid en het onrecht waren bijna niet te verdragen. Het schijnt een dingetje te zijn van mijn gesternte: Maan-Neptunus op het MC. In schorpioen. Deal with it.

Sprookje
Mijn Zeeuwse Voormoeders, hielpen me er doorheen. De Zeeuwen weten hoe ze moeten dealen met narigheid. Hun motto is Luctor et Emergo. Ik worstel en kom boven. Dat konden ze, die wijze Hoedsters van de T.E.W.. Onder het spinnen weefden ze de fijne  kneepjes van een leven in vrijheid tot mooie verhalen. Hun antwoorden  zitten verpakt in een griezelig sprookje: het meisje zonder handen.

08ff76e82397eab3793aa8153fe007d5

Het Meisje zonder handen. Deal with it.
Daar stond ze dan, de molenaarsdochter. Handen ferm in de zij, oog in oog met haar vader.
’Nee,’ zei ze. ’Ik doe het niet.’
’O, jawel. Jij doet het wel.’ Het mes in zijn handen. Die dwingende hardheid om zijn mond.  De meelvlekken op het glanzende fluweel van zijn kleren. Het mes in zijn handen.

Wat nu?
Trouwen met de duivel? Omdat pa dat op een avond had beloofd?
Echt niet.
Never, never, never nooit niet. Alles, maar dat niet. Waarom wilde hij dat?  Hij had toch alles, sinds die mooie avond! Wat zeurde hij nou?

Liefde, dacht ze. Liefde heelt alles! Hij was in wezen een heel lieve man, hij was alleen even de weg kwijt. Ze moest het hem gewoon even uitleggen.

grenzen0Met een helderwit krijtje trok ze duidelijke grenzen om zich heen. ‘Kijk, pap,’ zei ze. ‘Tot hier mag je komen. En dit stuk hier, dit is van mij.’ Ze keek hem aan, vol liefde. Nu zou hij het wel begrijpen.

Maar toen ze opkeek, stond ze oog in oog met het gruwelijke, onmenselijke gezicht van de duivel. Hij draaide zich wel om en hij ging wel weg, stampvoetend, maar hij was vastberaden, hoeveel liefde ze ook stuurde.
En als de golven van het opkomend getij kwam hij terug. Hij leek gegroeid, sterker ook dan eerst, of was dat de duivel die achter hem stond?

‘ Ik heb jouw hand aan de duivel beloofd , dus jij gaat met hem mee.,’  zei hij. ‘Jij trouwt met wie ik wil.’
‘Nee!’ zei ze ferm, al bibberde ze van binnen. Hij keek haar zo vernietigend aan, dat haar hart brak. Tranen overstroomden haar gezicht, haar handen.

Wezen van licht en vuur

7266819640_83d6d7c12dEven deinsde de duivel  terug voor al dat water, want hij was een wezen van licht en vuur. Maar zodra haar tranen waren opgedroogd, kwam hij  terug, sterker vastberadener dan ooit,  met een zachte, superieure glimlach.

’Kom toch, schatje. Doe nu niet zo dwaas, je kwetst me. Ik heb een reis gepland voor ons, de hele wereld rond. Ik weet overal de weg, ik laat je alles zien. Ik geef je schatten en mooie kleren en je zult voorgoed de mijne zijn,’

Hij had haar vader fantastisch geholpen. Ze zou volkomen veilig bij hem zijn! En het zou haar aan niets ontbreken.Zijn blik was meer dan uitnodigend. Hij was indringend, hypnotiserend, verlammend.

Haar ’nee,’ was nauwelijks te horen.
Zijn ’Waaat?’ galmde des te luider.
‘Nee,’ fluisterde ze, en nogmaals ’nee.’. Want opeens zag ze het. De meedogenloosheid in zijn ogen. De ongeïnteresseerdheid in zijn gebaren. Alsof ze een etalagepop was, die hij pronkend kon laten rondparaderen. Haar vrije wil, dat was het enige wat hij vroeg. Het enige? Het was alles wat ze had, alles wat ze was.

Ik doe het niet,’  zei ze. ‘Ga weg.’ Zijn verleidelijke gezicht vertrok tot een lelijke grimas. ’Goed dan, jouw keus!’ brulde hij. ‘Ik ga weg. Maar je handen zijn me beloofd. Die zijn van mij. Hak ze eraf.’

Luctor-et-Emergo1

 

 

 

 

 

Een bijl flitste.  Was het de duivel, of was het haar vader?

Een vrouwenstem gilde.
Haar moeder? Zijzelf? Ze schreeuwde, ze huilde. Maar ze kon al niets meer doen. Haar handen lagen al in de modder. Twee keer vijf vingers, waar ze nu nooit gebruik van zou kunnen maken.

‘Hier, neem deze mooie mantel, als afscheidsgeschenk,’  grijnsde hij. Machteloosheid plooide zich in soepele plooien om haar heen, een waterval van wanhoop. ‘Goeie reis.’

Luctor et emergo.

art-robot-hand-1.jpg71cb94bb-b23d-4d93-a818-19e4262d86b8LargerZe vertrok nog dezelfde middag. Je wilt niet weten hoe ze het klaarde. t Is een lang verhaal met veel tranen.

Er kwam een stoere koning in voor, die mooie bionische zilveren handen voor haar maakte. En een lieve schoonmoeder, die haar hielp en steunde. Heel iets anders dan de vrouw van de molenaar.

Ook de duivel kwam nog een keer terug en nam haar voor de tweede keer alles af wat ze had.

TempelMetBloemen2011Tot ze bij een Voormoeder belandde, in een eenzaam hutje in het bos. Die vrouw had vroeger precies hetzelfde meegemaakt. Ze begreep haar. Ze wist hoe dat moest.

En daar, voor het eerst, ontdekte het meisje zichzelf. Haar echte zelf. Heel langzaam drong het tot haar door, wie ze was en wat ze kon. Wat haar kracht was en hoe ze daarmee kon werken. Er gebeurde een wonder. Haar handen begonnen weer aan te groeien.

En toen pas, doen die handen aangroeiden, drong tot haar door, hoe anders ze voelden dan die handen die vroeger waren afgehakt. Zou het zo zijn, dat die afgehakte handen helemaal niet van haar waren geweest?  Ze was zonder eigen handen geboren en ze had nooit eigen handen ontwikkeld. Domweg, omdat alles thuis al van de duivel was. Er was  nooit plek voor haar geweest. Niet voor wie zie werkelijk was.

Die handen die afgehakt waren, waren dus  allang in bezit van de duivel. Toen hij ze liet hakken, had hij haar in wezen haar vrijheid terug gegeven, op de enige mogelijke manier. Een manier, die echt een duivel van hem maakte, zo lang je de tenminste de aardse illusies als waarheid en werkelijkheid ziet.

Stiekem heeft hij vrede gesloten met die oude vrouw in het bos. Soms zie je het vuurwerk uit het huisje komen. Maar het is enkel vuur van liefde. Nooit dwang.

open-handen-zonnestraal

Meer weten over de tempel, de T.E.W., en hoe je met je grenzen kunt stellen  je eigen handen kunt laten groeien om een mooi leven te maken?

Kijk bij: wat kunnen we voor je doen. En bestel hieronder de gratis Reis naar de tempel.