Categoriearchief: Verhalen

Discriminatie en onderscheidingsvermogen

Alle mensen, van waar ook ter wereld, brengen schatten mee. Het ligt in de aard van mensen om schatten over het hoofd te zien. Soms, omdat ze zo dichtbij liggen, dat we ze vanzelfsprekend vinden. Soms, omdat ze verpakt zijn in iets wat we niet kennen. Dan moeten we voorbij de drempel van onzekerheid

We moeten even op het idee komen om bij elkaar de schatten te zoeken. Daar is wat ruimte voor nodig. Tijd, rust en aandacht. En moed om jezelf te laten zien. Je schatten zelf in bezit te nemen en ze rijkelijk rond te delen.

Schatten zijn vaak ontstaan onder moeilijke omstandigheden. Het vraagt een zekere grootheid an geest om daar bovenuit te stijgen, en je kracht te tonen. Dat dwingt direct respect af.

Dat is moeilijk, maar het is de enige oplossing. Het is verleidelijk om te jammeren vanuit de slachtofferrol. Maar die rol is onlosmakelijk verbonden aan de drama driehoek: de rollen van slachtoffer, dader en redder. Een onontwarbaar complex van beschuldigingen, verwijten, schuldgevoelens, schaamte, woede en verontwaardiging. Daar kom je niet uit. Ever.

De hele beweging van black lives matter heeft als boegbeeld een stel onbeschofte schreeuwlelijken en agressieve plunderaars, en hun narrative is er vooral een van shaming en blaming. Dat is jammer. Schelden schept scheiding.

De ‘black lives matter’ narrative zou zo ontworpen kunnen zijn in een laboratorium voor scheiding en destabilisatie. Het deelt mensen in twee groepen in – datgene wat ze juist willen oplossen, scherpen ze aan. En dan stelt het verhaal een partij eenzijdig verantwoordelijk voor de fouten van hun voorouders.

Als een partij verantwoordelijk is voor het kwaad van hun voorouders – waar systemisch gezien beslist iets in zit – dan geldt dat voor alle partijen. Daarmee zijn wij dus allemaal verantwoordelijk voor het kwaad dat onze voorouders hebben gedaan, namelijk andermans of eigen landgenoten als slaaf verkopen. Dat is overigens geen zwart-wit verhaal. Het is overal gebeurd. Het is op geen enkele manier goed te praten.

Zoeken naar verschillen is zoeken naar ruzie. En dat is precies waar deze hele beweging op gericht is. Ruziezoeken. Wat heb je eraan.

Als we allemaal verantwoordelijk zijn voor het kwaad van onze voorouders, zijn we ook allemaal verantwoordelijk voor alles wat onze voorouders GOED hebben gedaan. Die erkenning, de trots, het eerbetoon, of op zijn minst het respect, laat staan de dankbaarheid, die ontbreekt in deze narrative. En juist daarin kunnen wij elkaar vinden en kloven overbruggen.

Trots mag er zijn: op je cultuur, trots op je achtergrond, trots op de schatten die je bij je draagt. Daarmee kun je bruggen bouwen. Mensenmaat hanteren en de voorouders de eer geven die hen toekomt. Laat iedereen meegenieten van je rijkdom. Daarmee dwing je het respect af dat je verdient. Zo kun je op voet van gezamenlijkheid met elkaar kunt spreken, en kun je tot elkaar komen.

Samen de pijn delen, de schaamte delen, voelen hoe erg dat was. Aandacht vragen voor je pijn en laten zien van je kracht. Rouw, gezamenlijke rouw, opent de route tot verzoening. Een gezamenlijk wij. Geen kunstmatige scheiding in wij en zij, die uit is op ruziezoeken. Dat is een keuze. Verzoening komt nooit voort uit een focus op pijn. Slachtoffers blijven hangen in de dramadriehoek. Dat is heel rot voor de slachtoffers, maar zo lang iemand in die slachtoffer rol blijft, blijft de pijn duren. Slachtoffers wekken wrevel op of medelijden, maar nooit respect.

Hoe dan wel?

Ik ken genoeg ‘indigenous’ mensen – autochtone bevolking – waar ik diep respect voor heb. Zij plaatsen zichzelf niet in een hokje met een kleur. Hun verhalen gaan zelfs niet over hen zelf. Hun verhalen gaan over eerbied voor het leven. Over de aarde, onze aarde, de verbinding met de natuur. En hoe zij dat doen. Hoe dat werkt.

Indigenous, auto-chtoon beteken zelf verbonden met het land. Chtonisch: van het land.

Soevereiniteit gaat er niet om, waar we oorspronkelijk vandaan komen, hoe we eruit zien of hoe ons haar zit. Soevereiniteit, die respect afdwingt, komt regelrecht uit onze verbinding met het Land.

Het Land reageert op ons.

Onze voorouders wisten dat. Hun verbinding met alles wat leeft is intens. Zij waren verbonden met iedere omwenteling van zon en maan, de groei van de planten. Als we ons in haar ritme laten meedragen, ontstaat er een patroon van Weten, van een gunstige onderstroom. Daar word je gelukkig van. Dan heb je net die belangrijke dag mooi weer, dan gedijen je dieren en je gezin, dan groeien je planten beter, dan is er wederkerigheid met het land.

Dit is het doel van alle natuurmagie, overal ter wereld. Samenwerken met het Land zelf. Je ziet die principes nu opbloeien in de permacultuur: meewerken met de beweging van de locatie. Zo kom je zelf, met tuin en al, in een harmonisch dynamisch geheel. Dit is per definitie plaatsgebonden. Het gebeurt op de plek waar het Land jou kent.

We kunnen van deze wijzen leren wat wij zelf kunnen doen om ons echt thuis te gaan voelen waar we wonen. Bedachtzame offers brengen. Tijd nemen om de aarden. Met je blote voeten buiten lopen op het gras of op het zand. De verhalen van het land vertellen. Zingen voor het land.

Kijk bijvoorbeeld naar wijzen als de australische Munya Andrews, over de Dreamtime, over Reconciliation. Har narratief is uitermate de moeite waard. De hele wereld weet hoe verschrikkelijk de aboriginal bevolking heeft geleden, het onrecht dat hen is aangedaan. Dat is niet goed te praten.

Toch hoor je deze mensen niet over zichzelf, hoe belangrijk zij zelf zijn of hoe zielig ze zijn. Zij hebben het over de aarde, die doet ertoe. De medemens, die doet ertoe. Daar kunnen we veel van leren.

Dat respect heb ik niet voor de schofterige, schreeuwende black lives matter proponenten. Zijn tonen zich slaven van een politieke agenda van verdeel en heers, die alle liefde tussen mensen kapot wil maken, landen destabiliseren en samenleving ontwrichten. Het oude recept van alle tirannen die meer macht willen: destabiliseer de boel en grijp wat je kunt.

En wij trappen er met open ogen in.

Dat is niet goed. We moeten wijzer zijn dan dat.

Is discriminatie dan niet erg? Ja, het is onrecht. We kunnen erover praten met mensen die het overkomt. Dat is belangrijk. We kunnen luisteren, hoe het voor hen is. Zij kunnen luisteren hoe het voor ons is. En we kunnen het aanpakken overal waar we het zien gebeuren.

In het klein, in de daad. Niet als ‘isme’.

We kunnen er bewustzijn voor ontwikkelen. Dat is een heel praktische kwestie van mens tot mens, waar geen ruimte is voor een visie die ons reduceert tot een kleur.

Boven alles kunnen we weigeren ons te laten ringeloren door schreeuwende schoften die ruiten ingooien, mensen op straat molesteren, de politie aanvallen en op de dam staan schreeuwen dat ze de gezichten van zwarte pieten in gaan slaan en dat de witten nu bij hen moeten komen schoonmaken. Dat is pas discriminatie, en het is gewelddadig en crimineel, en op geen enkele manier te rechtvaardigen, ook niet als je grootouders ernstig onrecht is aangedaan en je moeder heeft geleden.

Wij hebben onderscheidingsvermogen nodig. Aarde gaat JUIST over onderscheidingsvermogen. Je kunt grote groepen mensen niet over een kam scheren. Kijk, DAT is nou discriminatie.

(Het woord discriminatie betekent nota bene onderscheidingsvermogen. Newspeak, noemde Orwell dat, als een woord opeens het tegengestelde beteken. Dat alleen spreekt al boekdelen. Als je het boek iet gelezen hebt, 1984, lees het dan).

Advent vieren: de christelijke traditie

Een gastblog door Berthe van Soest

Berthe met de adventskaarsen

In de Tempel vieren we jaarfeesten van de de westerse mysterietraditie. Het christendom heeft prachtige tradities die aan de onze verwant zijn. In deze gastblok vertelt theologe Berthe van Soest over de adventstijd in de protestantse kerk.

Advent zijn de vier zondagen voor Kerstmis. Je kijkt uit naar de geboorte van het licht (wat hierboven al gezegd is). Iedere zondag steek je een kaars extra aan. Het wordt steeds lichter, tot het nieuwe licht geboren wordt. In de kerk, de geboorte van Christus. 

Advent is een tijd van wachten, maar ook een tijd van voorbereiden.

Er is zowel het zachte, pure kind dat verwacht wordt, als iemand die opkomt voor recht en vrede, een volwassene. Beide spreek je aan in jezelf als je wacht en voorbereidt.

In de tempel werken jullie met de vier rijken, mineralen, planten, dieren en de mens; in de christelijke traditie kennen we dat niet, wel hebben de vier zondagen een thema, maar dat leeft niet zo, alleen misschien de derde zondag, zondag Gaudete, zondag van de vreugde vooruitblik op Kerst. 

Prachtige liederen zijn er in de Advent, een moderne: ‘Dauwt hemelen van omhoog en wolken regent de gerechte”

Klassieke tekst daarvan: 
Dauwt, hemelen, van boven
gij wolken, beregene de rechtvaardige:
Opdat de aarde zich zal openen
en de Heiland er uit zal ontspruiten.

Kosmisch en groots, heel erg met de natuur. Maar ook een ouderwets en intiem lied: “Hoe zal ik u ontvangen, hoe wilt Gij zijn ontmoet?” Dat gaat over jezelf, over je innerlijk. 

En hele mooie bijbelteksten uit Jesaja horen er bij, over dat je wegen recht maakt waar de messias (degene die je verwacht) overheen kan komen lopen.

En ook hele strenge teksten zijn er, over Johannes de Doper, een profeet met een kameelharige mantel uit de woestijn die sprinkhanen eet, oproept tot omkeer.

En over Maria natuurlijk, ongehuwde moeder, die over haar kind zingt: “Heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien.” Dat zingt ze in het verhaal waarin ze Elisabeth ontmoet, die dan ook zwanger is. Daar zijn veel mooie afbeeldingen van, van twee vrouwen dicht bij elkaar, soms zie je de kindjes in hun buik.

Je kunt Advent ook heel intiem opvatten, als een tijd waarin je je voorbereidt dat je een kind gaat ontvangen, licht puur zuiver. Het is dus een rijke tijd met veel verschillende tonen. 

Liturgische kleur is paars. In de kerk staan ook vier kaarsen. En steekt een kind iedere week een kaars aan en zegt daar iets bij. Tenminste, in de protestantse kerk doen we dat. Ook afgelopen zondag, een kindje van drie met moeder. Heel schattig. Geen foto. Alleen van na de dienst. 

Oh en natuurlijk voor thuis, een kerststal zonder kindje en dat dan met kerst erin leggen, en de 3 koningen laten komen van ergens ver weg in huis, iedere dag een stapje. Die komen dan pas op 6 januari aan (erg moeilijk volhouden), op Driekoningen. En een adventskalender, iedere dag een hokje opendoen tot Kerst. En de kerstster voor het raam.

Hier vind je een tarot-legpatroon voor de vier kaarsen van Advent door Berthe.

Hoe vier jij Advent dit jaar? Vertel het in de reacties.

Liefde voor jezelf

EEN NOVENE om smoorverliefd te worden op het verrukkelijke, goddelijke en MAGISCHE wezen dat AL JE HELE LEVEN  in jouw lichaam woont en POPELT om je te overladen met haar kosmische geschenken – PRECIES zoals het altijd is bedoeld.

Liefde voor jezelf – dat is ZO belangrijk! 

Om een of andere reden lijkt dat niet te lukken. Ee lopen rond in oude verhalen die we als dikke jassen, dassen en  handschoenen dragen en die ons in de weg zitten.

Daar onder zit een vrij, zacht, liefdevol wezen, die alleen maar wil geven.

Je KUNT alleen maar van haar houden. 

En toch is liefde voor jezelf een enorm TABOE ! Een verborgen gif in onze cultuur, het zit overal doorheen.  En dat laten we zo. WHY???

Liefde voor jezelf is juist MOOI! 

  • Liefde maakt ons zachter,
  •  je kunt meer leven in het nu, 
  • je krijgt ook veel meer adem dan wanneer je almaar in die oude pijlijke verhalen blijft rondstrompelen. 
  • Je wordt vriendelijker voor anderen
  • je creativiteit kan weer stromen zodat je oplossingen kunt vinden, ook voor lastige dingen
  • je wordt vindingrijk
  • en heel ontspannen
  • en het belangrijkste
  • jouw leven kan  EINDELIJK naar buiten komen en MATERIALISEREN om je heen! 

Dat prachtige wezen die jij bent, die gewoon wacht tot je haar omhelst, krijgt in je leven gestalte als je haar RUIMTE geeft. Weet je hoe mooi je leven dan wordt. EN het gaat moeiteloos, vanzelf, je hoeft alleen in haar schoenen te stappen, haar aandacht en liefde te geven. Zij doet de rest. 

En dat is nu net het lastige, om jezelf echt lief te hebben.  We hebben allemaal onze blinde vlekken.

In je eentje kom je vaak niet verder. Maar nu krijg je   liefdevolle HULP uit de innerlijke wereld.

Yeah, je mag van jezelf houden, je mag jezelf liefdevol benaderen, je mag de nare dingen afleggen en jouw lieve zelf helemaal OMHELZEN.

 Lijkt me heerlijk, IK DOE MEE! 

Ok wat houdt het  in?

Ik leer je het EXACTE PROCES dat ik zelf gebruik om terug te komen bij mijn hart. Ik neem je daar stap voor stap mee doorheen. 

We gaan dat uiteraard niet met ons hoofd doen. 

We gaan dat anders aanpakken, dieper. Vanuit ons onderbewuste. Zodat het echt aan komt in je hart.

In een Luisterreis neem ik je mee naar een plaats waar een magische transformatie plaatsvindt. Waar je echt vanuit je hart jezelf liefhebt.  Hier ontmoet je Etain, die klaar staat om je te inspireren en te dragen. 

Daarna wil je die transformatie verankeren door  ‘journalen’. Dat is een soort mijmerschrijven, je schrijft over je indrukken, eigenlijk laat je je hand het werk doen. 

Je ontmoet je Zelf in een Novene, dat is een serie van negen aaneengesloten dagen, waarin je steeds de luisterreis of een meditatie doet en een stukje journaling over liefde voor jezelf. 

In ie negen dagen ga je helemaal los met ontdekken wat  prachtig wezen er in jouw huid woont.

Haar ga je ontmoeten, in alle rust.

In het pakket staat per dag uitgelegd wat je voor deze Novene inhoudt. Je hebt volop speelruimte om het in te plannen, zodat het goed uitkomt in je (volle) agenda.

Lekker  je verrukkelijke zelf weer ademruimte geven! 

Ondersteuning

Alle vragen kun je stellen in de besloten Facebookgroep ‘In de Tempel’! Er zijn tientallen vrouwen die deze Novene al hebben gedaan, die met je meedenken. Deel en vraag!

Count me in, ik wil erbij zijn! 

Je krijgt in het pakket volop materiaal om het je gemakkelijk te maken! 

  • een luisterreis met mooie muziek (met Debora’s betoverende stem!)
  • een eigen journal om uit te printen
  • een e-boek met een uitleg over journeying en journaling, dus reizen en schrijen,
  • een hele rij journaling-ideeen die allemaal een andere kant belichten van houden van jezelf, jezelf omhelzen, de schoonheid vinden in hoe het IS, NU, precies zoals je bent.

en er zitten ook nog een paar bonussen bij!!! 

  • een Stille Luisterreis om het verhaal je eigen wending te geven en je eigen reizen te ondersteunen
  • een volledig uitgewerkt programma om dit pakket te gebruiken met een groep vrouwen, bijvoorbeeld in je vrouwencirkel of  rode tent, met je intervisiegroep of gewoon met een groep vriendinnen.

Laat jouw eigen energie doorstromen, laat dat prachtige wezen die jij bent, op aarde materialiseren en je leven transformeren en open je hart voor al het moois wat in jou en rondom jou verborgen ligt. Kom thuis bij jezelf.

Voor de prijs hoef je het niet te laten: 47 euro. 

WAAAT?  

Ja, 47 euro. Jij dacht dat het over de honderd euro zou kosten? Dat zou ook moeten. Maar he.  

Schrijf je snel in en geniet mee van deze heerlijke Novene, Liefde voor jezelf, waar alle liefde begint. 

Lijkt me fijn, ik doe mee!

De 7 pijlers van het Tempelwerk

Wat is dat eigenlijk, tempelwerk?

Wat doe je daar dan met elkaar ?

Wat heb je eraan, wat levert het je op?

Dit zijn heel terechte en wezenlijke vragen en ik heb er zelf ook lang mee  rondgelopen.

Het is één ding om in een serie visioenen in een oude tempel terecht te komen en daar kunnen zien horen en waarnemen hoe alles werkt. Dit heb ik beschreven in de roman In Persephone’s armen, en research wees uit dat het verhaal historisch gezien klopt.

De tempels en de  priesteressen hebben werkelijk bestaan, vele eeuwen lang. Zij waren inspirerende, wijze vrouwen die koers en richting aangaven voor mensen in de wijde omgeving.

Zij boden zingeving: dat je er weer helemaal zin in krijgt en dat je lichamelijk weer zalig gaat zinderen. tempelwerk!

Hun werk bood een bedding waarin het lied van het Leven goed kon gedijen: duurzaam, zowel voor de mensen als voor de natuur.

Maar om dan zo’n tempel weer  uit de dood te laten herrijzen en opnieuw operationeel te krijgen, in deze tijd, op een andere plaats, met andere gewoonten, andere middelen, andere socials context, zonder te vervallen in romantisch anachronisme, dat is nog een heel ander verhaal.

We staan nog maar aan het begin.

Het begon al met de vraag: wat maakt dat het werkt? Wat is de clue van het tempelwerk? Hoe werden die vrouwen zo wijs, wat was hun geheim?

Wij zijn zo gewend om tempels te bekijken door de bril van de huidige ‘religie’: een separaat instituut voor aanbidding en moraliteit.  Maar dat dekte de lading absoluut  niet.

De tempel van toen leek eerder iets in de trant van:  universiteit meets waanzinnige art-school meets tradecenter meets ambassade meets ziekenhuis meets landgoed.

Het hele concept ‘Tempel’  bleek te gaan over het open houden van de verbinding tussen de mensen en  het onuitsprekelijke mysterie van het leven. De verrassing. De liefde. Het levende, onverwacht voedende, het verrukkelijk zalige.

Dat gaven ze vorm in een leven dat eigenlijk heel vanzelfsprekend werd gevoed door de grootsheid, gewoon midden in het alledaagse bestaan is er altijd die gloed, die glans, dat beetje extra.

De tempel bleek te worden gedragen door een aantal pijlers of pilaren die ieder afzonderlijk nodig zijn om het geheel goed te laten werken. Ik heb er zeven kunnen onderscheiden. Al  blijft zo’n analyse arbitrair, dit zijn de pijlers van het tempelwerk, die eigenlijk in alle tempel activiteiten en producten in een of andere vorm een rol spelen. De 7 pijlers vormen eigenlijk toegepaste principes.

Het zijn werkvormen, dingen die we in de tempel DOEN.

De Zeven pijlers van het Tempelwerk

1 Ruimte maken voor het mysterie (verwonderen)

2 Kennis van de kosmische wetten (begrijpen)

3 De kunst van observatie en visualisatie (dromen)

4 Energetisch lichaamswerk (zinderen!)

5 Kennis van symboliek, oude verhalen en mythologie (luisteren)

6 Sacred arts ritual, dans, dingen maken, schrijven schilderen (spelen)

7 Zusterschap (koesteren)

Al deze dingen bij elkaar vormden een sterke basis voor het vrouwelijk leiderschap van de tempelpriesteressen.  Wat houden die pijlers in grote lijnen in?

1 Ruimte maken voor het mysterie

Het mysterie komt in stilte en ontspanning. Het schuwt lawaai en overdaad, niet onder druk. Er zijn vele manieren om de stilte uit te nodigen. Ontspanning is een voorwaarde.

2 Kennis van de natuurwetten

Vormen zijn tijdgebonden, maar ,principes of kosmische wetten, zijn tijdloos. De natuurwetten zijn  eeuwig en ze doen het altijd overal. Wie de onderliggende principes kent, kan in grote lijnen voorspellen hoe iets zich  zal ontwikkelen.  Een belangrijk hermetisch principe is: ‘zo boven, zo beneden’; de wereld wordt bekeken als hologram.  Een ander principe van trillingen is ritme. Alles wat op aarde leeft, heeft een ritme.  De kosmische weten beschrijven de wereld als samengestelde trilling. Kennis van de  eigenschappen van trillingen en begrijpen hoe ze werken, is een enorme steun voor de vrouwelijke leider.

3 De kunst van observatie en visualisatie

Observatie, het volledig in het hier en nu aanwezig zijn en waarnemen van beelden, geluiden, geuren, evenwicht brengt innerlijke helderheid. Je wordt op een ontspannen manier alert en geaard en je ontwikkelt smaak. Tegelijkertijd bouw je innerlijk een verfijnd palet op van indrukken die je kunt gebruiken bij het visualiseren van de doelen en verlangens die je wilt laten materialiseren.

4 Energetisch lichaamswerk

Ons lichaam bestaat net als de hele natuur in feite uit trillingen en informatie. De energiestromen in ons lichaam zijn hele bepalend voor ons bewustzijn. Door dans, visualisatie en lichaamsoefeningen kunnen we de stromen laten stromen en bewegen en ons bewustzijn  reageert daarop. Dus daar oefenen we ons in, in de tempel.

5 Kennis van symboliek, oude verhalen en mythologie

In onze taal is ‘mythe’ bijna synoniem met ‘leugen’. Dat geeft aan hoe treurig het is gesteld met onze innerlijke ontwikkeling. Mythen zijn verhalen die ontstonden voordat men alles opschreef, maar dingen doorvoelde. Mythen zijn verhalen waarin op meesterlijke wijze de  complexe, meerlagige werkelijkheid is uitgebeeld.

De symboliek is de taal van ons onderbewuste, waar alles met alles verbonden is.

Onze voorouders waren er meester in dez etaal en we kunnen nog steeds de mythen bestuderen en er vele, vele wijsheiden uit halen. Niet alleen als entertainment, maar ook psychlogisch, sociologisch, biologie en scheikundige principes, het zit allemaal in die mythen. In de tempel maken we ons deze waardevolle vaardigheid weer eigen.

Mythen zitten vol handige tips,  een goede gebruiksaanwijzing  voor het leven op aarde. Ik gebruik de voorbeelden vaak in mijn werk, in de video’s, en natuurlijk in mijn leven.

6 Sacred arts

Kunst is de taal van het hart. Het is een prachtig kanaal voor de diepere lagen; de 1000 woorden in dat ene plaatje.

In de tempel werken we met vele kunstvormen. Ritueel, dans, voorwerpen maken, schrijven, schilderen, zingen, muziek maken – kunst is voor ons werk echt onmisbaar.

Kunst kan een bepaalde sfeer neer te zetten, en last but not least om te spelen en plezier te maken! Daar gaat het hart van stralen.Kunst maakt ons gelukkig!

Kunst verbindt ons hart met hoofd en handen, en ook met elkaar.

7 Zusterschap

Het mysterie dat je deelt, gezamenlijke momenten waarin je diep geraakt wordt, dat werkt in sterke mate verbindend.

Het is effectiever en ook plezieriger  dan de klassieke ‘gezamenlijke vijand’. Het tempelwerk gáát over verbinding, en waar komt dat beter tot uiting dan in de samenwerking. Alle pijlers van het werk komen uiteindelijk hier bij elkaar. We vormen samen een hechte community – met alle ups en downs die dat met zich meebrengt.

Zusterschap vraagt inzet en mindfulness.

Kun je samenwerken zonder je eigenheid te verliezen, kun je iets vragen zonder te eisen, kun de de lat hoog legen zonder iets te moeten, kun je samen een manier vinden die recht doet aan ieders kwaliteiten, en die bovendien meer is dan de som der delen.

We hebben time-tested tools om allerlei kwaliteiten te benoemen, zoals het traditionele werk met de  vier elementen, dat tegenwoordig in  management kringen veel navolging vindt.

Wat de tempel niet is

Het is ook goed om te kijken naar wat de tempel niet is.

De tempel is geen plek waar we de Ware Kennis bezitten, waarvan we iedereen zo nodig moeten overtuigen. Welnee.

Het is wel een plaats om op adem te komen en terug met jezelf te verbinden, maar de vorm is niet het in het wilde weg eruit gooien van allerlei overweldigende emoties. Hoewel het ontzettend belangrijk is om goed voor elkaar te zorgen, en het tempelwerk zeer therapeutisch is, is het bieden van therapie niet echt het eerste doel.

De tempel is ook geen plaats om met bewustzijnsveranderende middelen, psychofarmaca, drugs, entheogenen of seks tot andere bewustzijnstoestanden te komen.

De tempel is een broedplaats voor  vrouwelijk leiderschap

Magische kennis en kunde  tilt ons op boven het alledaagse. De = verwondering en grootsheid zijn zo fijn.  Mogelijkheden openen, die je normaal niet zou kunnen verwachten.

Hierin is de tempel onderscheidend in het spirituele werkgebied.

De zeven pilaren vormen een stevige basis onder de kunst van het vrouwenlijk leiderschap, waarin we ons in de tempel bekwamen.

Alles wat we leren komt direct ten goede aan ons leven: ons werk of onze onderneming, ons gezinsleven, onze omgeving.   Wil je er meer over weten? Abonneer je op de Hartslag van de Tempel. Lees In Persephones armen. 

Roept het tempelwerk je, in je hart?  Wil je  de oude wijsheid inzetten in je  persoonlijke ontwikkeling als vrouwelijk leider, samen met anderen?  Abonneer je op de Hartslag van de Tempel, volg ons op Facebook,  kom gewoon meedoen. Er is voor iedereen wel iets.

Wasilisa de Wijze en haar popje

PopjeIntuitieIDT
In een afgelegen koninkrijk leefde eens een koopman met zijn vrouw en hun enige mooie dochter Wasilisa. Toen het kind acht jaar was, werd de vrouw plotseling heel ziek. Op haar doodsbed riep zij Wasilisa bij zich, gaf haar een pop en zei: “Luister, kindjelief, dit zijn mijn laatste woorden: vergeet ze niet. Ik ga sterven en laat je mijn zegen en dit popje na. Houd het altijd bij je en laat het aan niemand zien. In geval van nood vraag je haar om raad.” Daarna kuste zij haar dochter voor de laatste keer en stierf.

De koopman rouwde lang over zijn vrouw, maar toen besloot hij opnieuw te trouwen en koos een weduwe met twee dochters. Maar voor zijn dochter Wasilisa was het huwelijk niet zo geslaagd, want de nieuwe vrouw was een echte stiefmoeder. Zij liet haar alle zware karweitjes opknappen in de hoop dat zon en wind haar schoonheid teniet zouden doen.

Maar Wasilisa verdroeg alles zonder klagen en werd met de dag mooier, terwijl haar stiefzusters van pure jaloezie steeds magerder en lelijker werden, hoewel zij de hele dag geen hand hoefden uit te steken. Maar de pop troostte Wasilisa en nam haar veel werk uit handen.

Er ging een jaar voorbij en Wasilisa kreeg veel huwelijksaanzoeken. Maar zij mocht niet trouwen vóór haar stiefzusters die door niemand werden gevraagd. Op een keer moest de koopman op reis naar een ander land. Tijdens zijn afwezigheid verhuisde de stiefmoeder naar een huis aan de rand van een groot bos. En in datzelfde bos stond op een open plek een klein huisje, waarin de Baba Jaga woonde. De Baba Jaga liet niemand in haar buurt komen en wie het toch deed, at zij op. Voor de stiefmoeder stond het nieuwe huis precies op de goede plek. Zij stuurde Wasilisa voortdurend het bos in, maar met behulp van haar popje keerde zij steeds behouden terug.

Op een herfstavond gaf de stiefmoeder de drie meisjes werk te doen. De een moest breien, de ander borduren, maar Wasilisa moest spinnen. Daarna deed de stiefmoeder het vuur uit en liet alleen een klein lichtje branden opdat de meisjes bij het werk konden zien. Zelf ging zij naar bed. De kaars begon lager te branden en een van de stiefdochters nam haar breinaald om de pit schoon te maken; daarbij doofde zij met opzet het vlammetje. Ze had geen licht nodig zei ze. Haar breinaalden glansden helder genoeg, en de ander zei dat haar borduurnaald ook genoeg licht gaf. Maar Wasilisa moest naar de Baba Jaga om vuur te halen en zij duwden haar de kamer uit.

Wasilisa ging naar haar kamer, gaf haar popje te eten zoals altijd en vertelde dat zij het bos in gestuurd was. Het popje zei haar niet bang te zijn en haar mee te nemen, dan zou haar niets overkomen.

Hoewel zij doodsbenauwd was, stopte Wasilisa haar popje in haar zak, sloeg een kruis en ging het bos in. Plotseling reed er een in het wit geklede ruiter op een wit paard voorbij en het werd dag. Een verder reed er een in het rood geklede man voorbij op een rood paard en de zon ging op. De hele dag en de hele nacht liep Wasilisa door het bos en op de avond van de volgende dag kwam zij bij een hut die omgeven was door een palissade van mensenbeenderen. Op de palen waren schedels gestoken. De deurposten waren van beenderen, de klink was een mensenarm en het slot was een mond met grijnzende tanden. Wasilisa viel bijna flauw van schrik en bleef als aan de grond genageld staan. Toen kwam er plotseling een andere ruiter voorbij, dit keer geheel in het zwart en op een zwart paard. Hij sprong af, maakte de deur open en verdween alsof de grond hem opgeslokt, en alles was zo zwart als de nacht. Even later begonnen de ogen in alle schedels op de palissade te gloeien en op de open plek werd het zo licht als midden op de dag. Wasilisa beefde van angst, maar omdat ze niet wist waar ze heen moest, bleef ze waar ze was.

Toen begonnen de bomen te ruisen en de Baba Jaga verscheen gezeten op een vijzel; zij stuurde met een stamper en veegde haar sporen met een bezem weg. Bij de deur aangekomen, snuffelde ze en schreeuwde dat het naar Russen rook en vroeg wie er was.

“Ik ben het, grootmoedertje. Mijn stiefzusters hebben mij naar u toegestuurd om vuur te halen.”

“Goed,” zei de Baba Jaga, “ik ken jou. Blijf jij maar een poosje bij mij, dan krijg je vuur.”

Dus gingen ze samen naar binnen. De Baba Jaga ging liggen en gaf Wasilisa opdracht haar alles wat in de oven was te eten te brengen.

Er was genoeg voor tien, maar de Baba Jaga at alles op en liet voor Wasilisa alleen een korst brood en wat soep over.

Daarna zei ze: “Als ik morgen wegga, moet je het erf vegen, de hut schoonmaken, het middageten koken, de was doen en dan in de graanschuur de beschimmelde aren van de goede aren scheiden. Alles moet klaar zijn als ik thuiskom, want anders eet ik je op.”

Toen de Baba Jaga in haar bed begon te snurken, gaf Wasilisa haar eten aan het popje en vertelde haar van het vele werk dat zij moest doen. Maar het popje zei haar dat ze het eten zelf moest opeten en niet bang moest zijn, maar haar gebeden zeggen en naar bed gaan; want de ochtend was wijzer dan de avond.

Vroeg in de morgen toen Wasilisa wakker werd en de ogen in de schedels juist doofden, reed de witte ruiter voorbij en het werd licht. De Baba Jaga floot en vijzel, stamper en bezem verschenen; de rode ruiter reed voorbij en de zon ging op. Toen de Baba Jaga weg was, bleef Wasilisa alleen achter en stond bedrukt te peinzen over welk werk ze het eerste zou doen. Maar alles was al gedaan en het popje zocht net de laatste beschimmelde aren eruit. Wasilisa noemde haar popje haar redster, zei haar dat zij haar voor een grote ramp had behoed en het popje vertelde haar dat ze nu alleen nog maar eten hoefde klaar te maken.

Toen het avond begon te worden dekte Wasilisa de tafel en wachtte, en toen de Baba Jaga kwam en vroeg of alles was gedaan, zei Wasilisa: “Kijkt u zelf maar, grootmoedertje.” De Baba Jaga controleerde overal en ontstak in woede, omdat ze geen fouten kon vinden, maar ze zei alleen maar: “Ja, het is goed.”

Toen riep ze haar trouwe dienaren die haar graan moesten malen. Daarop verschenen drie paar handen die begonnen te malen. De Baba Jaga schranste net zoveel als de voorgaande dag en zei toen tegen Wasilisa dat zij de volgende dag hetzelfde werk moest doen, maar bovendien het maanzaad op de graanzolder lezen en het afval netjes wegruimen.

Opnieuw vroeg Wasilisa haar popje, dat haar zei net zo te doen als de avond tevoren; en de volgende dag deed het popje alles wat Wasilisa had moeten doen. Toen de oude vrouw thuiskwam controleerde zij alles en riep daarna haar trouwe dienaren weer. De drie paar handen verschenen weer, haalden het maanzaad en persten de olie eruit. Terwijl de Baba Jaga at, stond Wasilisa stil naast haar.

“Wat sta je daar te staren met je mond dicht?” vroeg de Baba Jaga. “Heb je je tong verloren?”

“Als u het goed vindt, zou ik u een paar vragen willen stellen,” zei Wasilisa.

“Vraag maar,” zei de Baba Jaga, “maar denk erom dat niet alle vragen wijs zijn. Veel kennis maakt vroeg oud.”

Wasilisa vertelde haar dat zij alleen iets over de ruiters wilde vragen. De Baba Jaga zei haar dat de eerste haar dag was, de rode haar zon en de zwarte haar nacht. Daarna dacht Wasilisa aan de drie paar handen, maar durfde niet verder te vragen en hield haar mond.

“Waarom vraag je verder niets?” zei de Baba Jaga.

“Zo is het genoeg,” zei Wasilisa. “U heeft zelf gezegd, grootmoedertje, dat te veel kennis oud maakt.”

Daarop zei de Baba Jaga dat zij er verstandig aan had gedaan alleen te vragen naar wat zij buiten voor de hut had gezien, maar dat zij zelf nu ook haar vragen had. En zij vroeg hoe Wasilisa met al haar werk was klaargekomen.

Wasilisa vertelde dat de zegen van haar moeder haar had geholpen.

“Dat is het dus,” zei de Baba Jaga. “Maak dan maar dat je wegkomt, ik heb in mijn huis geen zegen nodig,” en zij duwde Wasilisa de kamer uit en door de deur naar buiten, pakte een schedel met zijn gloeiende ogen van de palissade, stak hem op een stok en gaf hem Wasilisa.

“Hier is het vuur voor je stiefzusters,” zei ze, “neem maar mee naar huis.”

Wasilisa maakte dat ze wegkwam. Op de avond van de volgende dag kwam ze thuis en wilde de schedel weggooien. Maar er kwam een stem uit vandaan, die zei dat zij dat niet moest doen, maar hem bij haar stiefmoeder moest brengen. En omdat Wasilisa geen licht in het huis zag, deed zij dat ook.

Voor het eerst werd zij vriendelijk door haar stiefmoeder en stiefzusters ontvangen. Zij vertelden haar dat zij sinds haar vertrek geen vuur meer hadden gehad, dat ze geen vuur hadden kunnen maken en dat het van de buren geleende vuur was uitgegaan toen het de kamer in was gebracht.

“Misschien gaat jouw vuur niet uit,” zei de stiefmoeder.

Zij nam de schedel mee de woonkamer in, maar de gloeiende ogen van de schedel staarden haar en haar dochters voortdurend in de ogen, tot diep in de ziel. Zij probeerden zich te verstoppen, maar de ogen volgden hen overal en toen de ochtend kwam, waren zij tot as verbrand.

Toen het licht werd, begroef Wasilisa de schedel, deed de deur op slot, ging naar de stad en vroeg een eenzame vrouw haar tot de thuiskomst van haar vader bij zich te laten wonen; en daar wachtte zij.

Maar op een dag zei ze tegen de oude vrouw dat ze zich verveelde zonder werk en vroeg haar vlas te kopen om te spinnen. Maar het garen dat Wasilisa spon was zo dun en fijn als een zilveren haar, en geen weefstoel paste erbij. Dus vroeg Wasilisa haar popje om raad. In een enkele nacht zorgde het popje voor een prachtige weefstoel, en toen in het voorjaar het linnen geweven was, gaf Wasilisa het aan de oude vrouw en vertelde haar dat zij het moest verkopen en het geld mocht houden. Maar de oude vrouw bracht het naar koninklijk paleis; de koning zag het en vroeg hoeveel zij ervoor wilde hebben. Zij zei dat niemand een dergelijk weefstuk kon betalen en dat zij het als geschenk had meegebracht.

De koning bedankte haar, gaf haar geschenken en liet haar weer gaan. Maar er was geen kleermaker te vinden die van het linnen hemden kon naaien, zo fijn was het. Toen liet de koning de oude vrouw bij zich roepen en zei haar, dat als zij de stof gesponnen en geweven had, zij ook de hemden moest kunnen naaien. Daarop vertelde zij hem dat een mooi jong meisje de stof had gemaakt. De koning zei dat het meisje de hemden moest naaien. Dus naaide Wasilisa een dozijn van de allermooiste hemden en de oude vrouw bracht ze naar de koning. Ondertussen waste Wasilisa zich, kamde zich, trok haar mooiste kleren aan en ging voor het raam zitten wachten.

Tenslotte kwam er een dienaar van het hof en zei dat zijne majesteit de kunstenares die de hemden had gemaakt wilde ontmoeten, zodat hij haar eigenhandig kon belonen. Wasilisa volgde de dienaar naar het paleis en verscheen voor de koning. Toen hij de mooie Wasilisa zag, werd hij verliefd op haar en zei dat hij haar niet meer wilde laten gaan. Zij moest zijn vrouw worden.

Hij pakte haar bij de handen en zette haar op de troon en diezelfde dag nog werd het huwelijk gesloten. Spoedig daarna kwam de vader van Wasilisa van zijn reizen naar huis, verheugde zich over haar geluk en mocht van nu af in het paleis bij zijn dochter blijven wonen. Wasilisa nam ook de oude vrouw bij zich in het paleis. En het popje hield zij tot aan het eind van haar leven bij zich.

Samenvatting

Het Russische volkssprookje over de mooie Wasilisa. Wasilisa verliest op jonge leeftijd haar moeder, die haar een popje achterlaat. Vader hertrouwt met een boze stiefmoeder die haar twee eigen dochters voortrekt. Na een poosje stuurt ze Wasilisa zelfs voor een boodschap naar de heks Baba Jaga, in de hoop dat ze nooit meer terugkomt. Baba Jaga laat het meisje als tegenprestatie allerlei opdrachten uitvoeren, en het popje van haar moeder helpt haar daarbij. Wasilisa keert uiteindelijk met de gloeiende kooltjes terug, en die branden zo heet dat stiefmoeder en zus de volgende dag tot as zijn vergaan.

Het is een inwijdingsverhaal, en uniek in die zin, dat alle belangrijke personages vrouwen zijn.

Meer magie en symboliek

Wil je meer weten over symboliek en magie, kijk dan bij gratis moois  of bij de producten van de Tempel! Het verhaal van Wasilisa komt  terug in de Wintertempel 2020.

Bron: verhalen almanak

Hoe vierde Elora het prille lentefeest in de Tempel?

250px-SnowdropDe prille lente wordt   in heel Europa gevierd als feest van reiniging, ploegen, voorbereiden op de drukke tijd van zaaien en oogsten.

 

Ook in de Tempel (uit de roman In Persephone’s Armen door Debora Zachariasse) werd de lente gevierd.  Lees hier een paar bladzijden uit het boek.

In Persephone’s armen… lentefeest

9789491762000Op een ochtend, vroeg in het najaar, toen ik me net nog even lekker had omgedraaid, stak Zina haar hoofd om mijn deur. ‘Opstaan, slaapkop!’

‘Ga weg,’ mompelde ik. ‘Laat me slapen. Soetra, stuur haar weg.’

Maar Zina danste al door mijn kamer. ‘Niks ervan, luxe mevrouw. Vandaag mogen jouw houterige benen met ons meedoen. Dat wordt lachen.’

‘Dank je, Zina. Vrouwe Elora komt zo,’ zei Soetra, terwijl ze de slaap uit haar ogen wreef. Maar Zina trok al dansend de lakens van me af en even later rolden we stoeiend door de kamer. Zij was sneller, maar ik was sterker en het duurde niet lang, of ik had haar in het laken gerold.

‘Zeg op! Wat moet dat?’

‘We gaan de wol zegenen voor het nieuwe gewaad van de Vrouwe! En jullie moeten erbij zijn voor iets ingewikkelds. Maak voort, iedereen wacht op je.’

Ik trok een eenvoudig gewaad aan en haastte me achter Zina aan. In de grote hal stond Levanah op haar gemak bij een grote baal wol.

‘Wat doen wij hier?’ vroeg ik.

‘We moeten waarnemen wat ze dansen. Hoe zij dansen bepaalt hoe de oogst zal zijn. Of omgekeerd. In elk geval dansen ze het getij en ze proberen er nog wat extra vruchtbaarheid aan toe te voegen. Als wij denken dat hun dans een slechte oogst voorspelt, moeten we maatregelen treffen.’

‘O, gelukkig. Ik was al bang dat we moesten dansen!’

Levanah grinnikte. ‘Als jij mee zou dansen, zouden alle graanhalmen verhouten en dan zouden we verhongeren.’

Ze had gelijk. Mijn benen raakten altijd in de knoop.

Lydiah speelde op de lier en enkele anderen haalden hun trommels, en al snel dansten en wervelden de danseressen rondom de wol. Wij probeerden een patroon te ontdekken in hun bewegingen.

‘Ze drommen eromheen, ik zie haast niets,’ mopperde ik.

‘Als het zo vol is, zullen we wel een flinke oogst krijgen dit jaar,’ mompelde Levanah.

En zo was het ook. En zo ging het ieder jaar.

Gedurende de winteravonden, terwijl we luisterden naar de oude priesteressen, sponnen we de gewijde wol, we verfden het in mooie kleuren en van een deel van de wol weefden we ieder jaar een nieuw en kleurig gewaad voor Persephone, zoals ook ieder jaar de aarde opnieuw met het groene gewas werd bekleed. We maakten het gewaad zo mooi we konden, zodat het gewas vruchtbaar zou zijn en de oogst overvloedig. We deden ons best om de schoonheid van het vorige jaar weer te overtreffen.

Ieder jaar puzzelden Levanah en ik om de verbanden te ontdekken tussen de oogst en het ontwerp van het gewaad. In al die jaren was er één keer dat de vooruitzichten slecht waren. De wol zat vol klitten, de danseressen zaten elkaar in de weg, de verf pakte niet goed en het gewaad werd flets. Rhea Elodia nam maatregelen: ze kocht direct extra graan in en een kudde schapen, en dat was maar goed ook, want de oogst was slecht. Aan het eind van de winter waren zelfs de extra voorraden op. Wekenlang aten we weinig anders dan brandnetels, paardenbloem en vis.

Als de lente kwam werd de aarde wekenlang bemind door de stormgod, die zijn vruchtbare zaad over de heuvels uitstortte totdat zelfs de bergbeek overstroomde. Dan brak de groei los: de lente overlaadde de berghellingen met krentenbloesem. Ze toverde een explosie van gentianen en irissen over de heuvels, ze strooide armsvol narcissen en geurige viooltjes over de velden. Al die wilde schoonheid vierden wij met het grote lentefestival.

Allereerst werd Rhea Elodia plechtig in zee gebaad en kreeg zij haar nieuwe gewaad aan, net als Persephone zelf.

Vervolgens werd zij onder begeleiding van harpen en tamboerijnen over de velden gedragen. De sterkste mannen van het dorp droegen haar, de beste danseressen dansten voor haar uit, gekleed in het wit. Ze strooiden bloemen in het rond, omdat de Vrouwe uit de Onderwereld tevoorschijn kwam. Rhea Elodia strooide zelf de gewijde graankorrels uit. De korrels waren van de laatste schoof die in de tempel was bewaard, zodat de zegen van de Vrouwe overal door kon dringen.

Daarna volgde een wild en vrolijk feest, waaraan de hele bevolking meedeed en waar alle ingewijde priesteressen zich gniffelend op verheugden. Wij mochten een tamboerijn dragen, maar daarna werden we teruggebracht naar de tempel. We konden alleen maar raden naar de wilde, uitbundige vreugdedronken bende op de velden. We giechelden erover en we vroegen ons af, of Nicholla er wel bij mocht zijn. Levanah dacht van wel. Ik hoopte van niet.

Zo ging het ieder jaar. Uit de dans probeerden we te voorspellen hoe de oogst zou worden en we berekenden hoeveel wol en verfstof we nodig hadden, hoeveel tijd het zou kosten, hoeveel vaten wijn en zakken graan we nodig hadden voor het feest. Onze prognoses voor de oogst werden steeds raker en gedetailleerder, maar met de berekeningen van de wijn en het werk zaten we jaar in, jaar uit te laag.

Lees een langer stuk uit  In Persephone’s armen en The Making Of op de website van het boek 

Wil je In Persephone’s armen zelf lezen of cadeau doen? Bestel het hier.

Hoe vier jij het prille lentefeest dit jaar?