Tagarchief: wijsheid

Wassilissa de Wijze en haar popje

PopjeIntuitieIDT
In een afgelegen koninkrijk leefde eens een koopman met zijn vrouw en hun enige mooie dochter Wassilissa. Toen het kind acht jaar was, werd de vrouw plotseling heel ziek. Op haar doodsbed riep zij Wassilissa bij zich, gaf haar een pop en zei: “Luister, kindjelief, dit zijn mijn laatste woorden: vergeet ze niet. Ik ga sterven en laat je mijn zegen en dit popje na. Houd het altijd bij je en laat het aan niemand zien. In geval van nood vraag je haar om raad.” Daarna kuste zij haar dochter voor de laatste keer en stierf.

De koopman rouwde lang over zijn vrouw, maar toen besloot hij opnieuw te trouwen en koos een weduwe met twee dochters. Maar voor zijn dochter Wassilissa was het huwelijk niet zo geslaagd, want de nieuwe vrouw was een echte stiefmoeder. Zij liet haar alle zware karweitjes opknappen in de hoop dat zon en wind haar schoonheid teniet zouden doen.

Maar Wassilissa verdroeg alles zonder klagen en werd met de dag mooier, terwijl haar stiefzusters van pure jaloezie steeds magerder en lelijker werden, hoewel zij de hele dag geen hand hoefden uit te steken. Maar de pop troostte Wassilissa en nam haar veel werk uit handen.

Er ging een jaar voorbij en Wassilissa kreeg veel huwelijksaanzoeken. Maar zij mocht niet trouwen vóór haar stiefzusters die door niemand werden gevraagd. Op een keer moest de koopman op reis naar een ander land. Tijdens zijn afwezigheid verhuisde de stiefmoeder naar een huis aan de rand van een groot bos. En in datzelfde bos stond op een open plek een klein huisje, waarin de Baba Jaga woonde. De Baba Jaga liet niemand in haar buurt komen en wie het toch deed, at zij op. Voor de stiefmoeder stond het nieuwe huis precies op de goede plek. Zij stuurde Wassilissa voortdurend het bos in, maar met behulp van haar popje keerde zij steeds behouden terug.

Op een herfstavond gaf de stiefmoeder de drie meisjes werk te doen. De een moest breien, de ander borduren, maar Wassilissa moest spinnen. Daarna deed de stiefmoeder het vuur uit en liet alleen een klein lichtje branden opdat de meisjes bij het werk konden zien. Zelf ging zij naar bed. De kaars begon lager te branden en een van de stiefdochters nam haar breinaald om de pit schoon te maken; daarbij doofde zij met opzet het vlammetje. Ze had geen licht nodig zei ze. Haar breinaalden glansden helder genoeg, en de ander zei dat haar borduurnaald ook genoeg licht gaf. Maar Wassilissa moest naar de Baba Jaga om vuur te halen en zij duwden haar de kamer uit.

Wassilissa ging naar haar kamer, gaf haar popje te eten zoals altijd en vertelde dat zij het bos in gestuurd was. Het popje zei haar niet bang te zijn en haar mee te nemen, dan zou haar niets overkomen.

Hoewel zij doodsbenauwd was, stopte Wassilissa haar popje in haar zak, sloeg een kruis en ging het bos in. Plotseling reed er een in het wit geklede ruiter op een wit paard voorbij en het werd dag. Een verder reed er een in het rood geklede man voorbij op een rood paard en de zon ging op. De hele dag en de hele nacht liep Wassilissa door het bos en op de avond van de volgende dag kwam zij bij een hut die omgeven was door een palissade van mensenbeenderen. Op de palen waren schedels gestoken. De deurposten waren van beenderen, de klink was een mensenarm en het slot was een mond met grijnzende tanden. Wassilissa viel bijna flauw van schrik en bleef als aan de grond genageld staan. Toen kwam er plotseling een andere ruiter voorbij, dit keer geheel in het zwart en op een zwart paard. Hij sprong af, maakte de deur open en verdween alsof de grond hem opgeslokt, en alles was zo zwart als de nacht. Even later begonnen de ogen in alle schedels op de palissade te gloeien en op de open plek werd het zo licht als midden op de dag. Wassilissa beefde van angst, maar omdat ze niet wist waar ze heen moest, bleef ze waar ze was.

Toen begonnen de bomen te ruisen en de Baba Jaga verscheen gezeten op een vijzel; zij stuurde met een stamper en veegde haar sporen met een bezem weg. Bij de deur aangekomen, snuffelde ze en schreeuwde dat het naar Russen rook en vroeg wie er was.

“Ik ben het, grootmoedertje. Mijn stiefzusters hebben mij naar u toegestuurd om vuur te halen.”

“Goed,” zei de Baba Jaga, “ik ken jou. Blijf jij maar een poosje bij mij, dan krijg je vuur.”

Dus gingen ze samen naar binnen. De Baba Jaga ging liggen en gaf Wassilissa opdracht haar alles wat in de oven was te eten te brengen.

Er was genoeg voor tien, maar de Baba Jaga at alles op en liet voor Wassilissa alleen een korst brood en wat soep over.

Daarna zei ze: “Als ik morgen wegga, moet je het erf vegen, de hut schoonmaken, het middageten koken, de was doen en dan in de graanschuur de beschimmelde aren van de goede aren scheiden. Alles moet klaar zijn als ik thuiskom, want anders eet ik je op.”

Toen de Baba Jaga in haar bed begon te snurken, gaf Wassilissa haar eten aan het popje en vertelde haar van het vele werk dat zij moest doen. Maar het popje zei haar dat ze het eten zelf moest opeten en niet bang moest zijn, maar haar gebeden zeggen en naar bed gaan; want de ochtend was wijzer dan de avond.

Vroeg in de morgen toen Wassilissa wakker werd en de ogen in de schedels juist doofden, reed de witte ruiter voorbij en het werd licht. De Baba Jaga floot en vijzel, stamper en bezem verschenen; de rode ruiter reed voorbij en de zon ging op. Toen de Baba Jaga weg was, bleef Wassilissa alleen achter en stond bedrukt te peinzen over welk werk ze het eerste zou doen. Maar alles was al gedaan en het popje zocht net de laatste beschimmelde aren eruit. Wassilissa noemde haar popje haar redster, zei haar dat zij haar voor een grote ramp had behoed en het popje vertelde haar dat ze nu alleen nog maar eten hoefde klaar te maken.

Toen het avond begon te worden dekte Wassilissa de tafel en wachtte, en toen de Baba Jaga kwam en vroeg of alles was gedaan, zei Wassilissa: “Kijkt u zelf maar, grootmoedertje.” De Baba Jaga controleerde overal en ontstak in woede, omdat ze geen fouten kon vinden, maar ze zei alleen maar: “Ja, het is goed.”

Toen riep ze haar trouwe dienaren die haar graan moesten malen. Daarop verschenen drie paar handen die begonnen te malen. De Baba Jaga schranste net zoveel als de voorgaande dag en zei toen tegen Wassilissa dat zij de volgende dag hetzelfde werk moest doen, maar bovendien het maanzaad op de graanzolder lezen en het afval netjes wegruimen.

Opnieuw vroeg Wassilissa haar popje, dat haar zei net zo te doen als de avond tevoren; en de volgende dag deed het popje alles wat Wassilissa had moeten doen. Toen de oude vrouw thuiskwam controleerde zij alles en riep daarna haar trouwe dienaren weer. De drie paar handen verschenen weer, haalden het maanzaad en persten de olie eruit. Terwijl de Baba Jaga at, stond Wassilissa stil naast haar.

“Wat sta je daar te staren met je mond dicht?” vroeg de Baba Jaga. “Heb je je tong verloren?”

“Als u het goed vindt, zou ik u een paar vragen willen stellen,” zei Wassilissa.

“Vraag maar,” zei de Baba Jaga, “maar denk erom dat niet alle vragen wijs zijn. Veel kennis maakt vroeg oud.”

Wassilissa vertelde haar dat zij alleen iets over de ruiters wilde vragen. De Baba Jaga zei haar dat de eerste haar dag was, de rode haar zon en de zwarte haar nacht. Daarna dacht Wassilissa aan de drie paar handen, maar durfde niet verder te vragen en hield haar mond.

“Waarom vraag je verder niets?” zei de Baba Jaga.

“Zo is het genoeg,” zei Wassilissa. “U heeft zelf gezegd, grootmoedertje, dat te veel kennis oud maakt.”

Daarop zei de Baba Jaga dat zij er verstandig aan had gedaan alleen te vragen naar wat zij buiten voor de hut had gezien, maar dat zij zelf nu ook haar vragen had. En zij vroeg hoe Wassilissa met al haar werk was klaargekomen.

Wassilissa vertelde dat de zegen van haar moeder haar had geholpen.

“Dat is het dus,” zei de Baba Jaga. “Maak dan maar dat je wegkomt, ik heb in mijn huis geen zegen nodig,” en zij duwde Wassilissa de kamer uit en door de deur naar buiten, pakte een schedel met zijn gloeiende ogen van de palissade, stak hem op een stok en gaf hem Wassilissa.

“Hier is het vuur voor je stiefzusters,” zei ze, “neem maar mee naar huis.”

Wassilissa maakte dat ze wegkwam. Op de avond van de volgende dag kwam ze thuis en wilde de schedel weggooien. Maar er kwam een stem uit vandaan, die zei dat zij dat niet moest doen, maar hem bij haar stiefmoeder moest brengen. En omdat Wassilissa geen licht in het huis zag, deed zij dat ook.

Voor het eerst werd zij vriendelijk door haar stiefmoeder en stiefzusters ontvangen. Zij vertelden haar dat zij sinds haar vertrek geen vuur meer hadden gehad, dat ze geen vuur hadden kunnen maken en dat het van de buren geleende vuur was uitgegaan toen het de kamer in was gebracht.

“Misschien gaat jouw vuur niet uit,” zei de stiefmoeder.

Zij nam de schedel mee de woonkamer in, maar de gloeiende ogen van de schedel staarden haar en haar dochters voortdurend in de ogen, tot diep in de ziel. Zij probeerden zich te verstoppen, maar de ogen volgden hen overal en toen de ochtend kwam, waren zij tot as verbrand.

Toen het licht werd, begroef Wassilissa de schedel, deed de deur op slot, ging naar de stad en vroeg een eenzame vrouw haar tot de thuiskomst van haar vader bij zich te laten wonen; en daar wachtte zij.

Maar op een dag zei ze tegen de oude vrouw dat ze zich verveelde zonder werk en vroeg haar vlas te kopen om te spinnen. Maar het garen dat Wassilissa spon was zo dun en fijn als een zilveren haar, en geen weefstoel paste erbij. Dus vroeg Wassilissa haar popje om raad. In een enkele nacht zorgde het popje voor een prachtige weefstoel, en toen in het voorjaar het linnen geweven was, gaf Wassilissa het aan de oude vrouw en vertelde haar dat zij het moest verkopen en het geld mocht houden. Maar de oude vrouw bracht het naar koninklijk paleis; de koning zag het en vroeg hoeveel zij ervoor wilde hebben. Zij zei dat niemand een dergelijk weefstuk kon betalen en dat zij het als geschenk had meegebracht.

De koning bedankte haar, gaf haar geschenken en liet haar weer gaan. Maar er was geen kleermaker te vinden die van het linnen hemden kon naaien, zo fijn was het. Toen liet de koning de oude vrouw bij zich roepen en zei haar, dat als zij de stof gesponnen en geweven had, zij ook de hemden moest kunnen naaien. Daarop vertelde zij hem dat een mooi jong meisje de stof had gemaakt. De koning zei dat het meisje de hemden moest naaien. Dus naaide Wassilissa een dozijn van de allermooiste hemden en de oude vrouw bracht ze naar de koning. Ondertussen waste Wassilissa zich, kamde zich, trok haar mooiste kleren aan en ging voor het raam zitten wachten.

Tenslotte kwam er een dienaar van het hof en zei dat zijne majesteit de kunstenares die de hemden had gemaakt wilde ontmoeten, zodat hij haar eigenhandig kon belonen. Wassilissa volgde de dienaar naar het paleis en verscheen voor de koning. Toen hij de mooie Wassilissa zag, werd hij verliefd op haar en zei dat hij haar niet meer wilde laten gaan. Zij moest zijn vrouw worden.

Hij pakte haar bij de handen en zette haar op de troon en diezelfde dag nog werd het huwelijk gesloten. Spoedig daarna kwam de vader van Wassilissa van zijn reizen naar huis, verheugde zich over haar geluk en mocht van nu af in het paleis bij zijn dochter blijven wonen. Wassilissa nam ook de oude vrouw bij zich in het paleis. En het popje hield zij tot aan het eind van haar leven bij zich.

 

 

Samenvatting

Het Russische volkssprookje over de mooie Wassilissa. Wassilissa verliest op jonge leeftijd haar moeder, die haar een popje achterlaat. Vader hertrouwt met een boze stiefmoeder die haar twee eigen dochters voortrekt. Na een poosje stuurt ze Wassilissa zelfs voor een boodschap naar de heks Baba Jaga, in de hoop dat ze nooit meer terugkomt. Baba Jaga laat het meisje als tegenprestatie allerlei opdrachten uitvoeren, en het popje van haar moeder helpt haar daarbij. Wassilissa keert uiteindelijk met de gloeiende kooltjes terug, en die branden zo heet dat stiefmoeder en zus de volgende dag tot as zijn vergaan.

Het is een inwijdingsverhaal, en uniek in die zin, dat alle belangrijke personages vrouwen zijn.

 

Bron: verhalen almanak

Runen – Jera – gerechtigheid, karma en moeiteloos leven.

Jera-gerechtigheid-idt klein

Jera, rune van gerechtigheid. Over karma, regressie en moeiteloos leven.

Jera is de twaalfde letter, de klank is ‘j’.

Haar letterlijke betekenis is ‘jaar’ of ‘seizoen’. En het belangrijkste seizoen was natuurlijk de herfst, want oogst. Herfst harvest, betekent jaarfeest, jera fest.

Jera laat zien, wat je inspanning je heeft opgeleverd. Wat is je oogst, of met een mooi woord: karma?

Je kunt het hele verhaal hier bekijken of hieronder  lezen.

Jera vraagt:  hoe is jouw oogst?

Hoewel het lieflijke lijflijke lentefeest het verrukkelijkste feest is, is jera feest het belangrijkste feest. Het is de oogst, die ons in leven houdt. Voor een goede oogst is wat voorbereiding nodig. Niet eens zoveel, want alles in de natuur is moeiteloos. Echt. Moeiteloos, maar met precisie.
Als ik naar mijn eigen leven kijk, heb ik behalve glorieuze jera-momenten ook heel wat mislukte oogsten achter de rug.

Kampioen verkeerde verzorging

Natuurlijk heb je wel eens pech. Hagel, stormwind, stortregen.

Maar vaker begon het al met het zaaien: verkeerd gewas gekozen. Iets wat ik eigenlijk niet lekker vond, maar wat zo hoorde. Iets wat niet groeide, wat meer zon nodig had, of een andere bodem.

Ik ben ook kampioen verkeerde verzorging. Vergeten water geven, het veld niet serieus nemen. Kunstmest proberen als vervanging voor de goede bodem, waardoor het gewas nauwelijks voedingswaarde had en stukgroeide.

Jera zegt: mijmer over je oogst. 

O, mislukte oogsten zijn zo vervelend.

Maar ze zijn zo lekker leerzaam.

niet vanzelf. Behalve het blunderen is het handig om er ook even over te mijmeren. Op welk moment het nou mis ging. En hoe dat kwam.

Geduldig en met mededogen voor jezelf.

Mijmer over je successen. Waarom dat opeens zo lekker liep.

Jera wijst je aan waar de sleutels zitten, diep in jezelf.

Jera is de ideale rune voor regressiewerk.

Als iemand in een regressie-traject een pijnlijke situatie uit een vorig leven wil healen, kijken we niet alleen naar de situatie, maar ook hoe het is ontstaan.

Welke zaden heeft ze gezaaid? Had ze overtuigingen die niet bleken te kloppen? Heeft ze op enig moment heeft ze een keuze gemaakt, die tegen haar hart inging? Of kwam het door een gebrekkige verzorging van de waardevolle dingen in haar leven? Hoe kwam dat dan?
Die oorzaken en achterliggende beslissingen sporen we samen op. En dan zetten we ze recht. Dat is een prachtig, verrijkend proces.

Het resultaat is totaal magisch. Allerlei dingen vallen vanzelf op hun plek, onverwacht, zonder verdere inmenging. Helemaal ’toevallig’. Moeiteloos.

Er bestaat in mijn ogen niet zoiets als toeval.  ’Geluk’ of ’pech’, het zijn verschijnselen dat je leven op weg is naar een ander spoor. Je hebt innerlijke een andere keuze gemaakt. Pech is vaak indirect geluk. Misschien wel in 99% van de gevallen.

Zo was er een client, laat ik haar Anja noemen, die een probleem had in haar liefdesleven met een zekere schaduwachtige figuur, Nico, die haar heel naar behandelde, maar tot wie ze zich niettemin sterk voelde aangetrokken. Het leek wel alsof ze  een soort verplichting voelde. Maar ze kon niet ontdekken waar dat sterke gevoel vandaan kwam.

In ons regressiewerk stuitte ze op een dramatische situatie met een minaar die haar vermoord had terwijl ze zwanger was. De minnaar voelde naadloos aan als de schaduwachtige Nico die opnieuw was opgedoken in haar leven. Ze voelde naast haar weerzin opnieuw de aantrekkingskracht van toen.

Verkeerde inschatting

’Hoe kwam je destijds aan die minnaar?’ vroeg ik. We gingen op zoek en ontdekten dat ze n haar vorige leven haar positie totaal verkeerd had ingeschat. Ze had allerlei keuzes over het hoofd gezien. Ze dacht dat ze hem iets verplicht was, maar daar was geen sprake van.

We gingen nog wat verder terug in de tijd, en ze maakte andere keuzes. Haar leven veranderde en ze vond een andere minnaar, waardoor ze een veel betere positie kreeg.

In een volgend gesprek vroeg ik haar het het met Nico ging en ze keek me verbaasd aan. ’Nico? O, die is helemaal uit mijn leven verdwenen. ’

Alsof hij er nooit was geweest.

Het spel, niet de knikkers

Een andere client, laat ik haar Sandra noemen, werkte aan de Thuistempel. Ze had  takjes nodig van vier bomen, voor haar Rebbelstokjes. ’Die bomen groeien hier niet,’ schreef ze. En ze wilde graag een kant en klaar setje bestellen.

Het was niet waar, want die bomen groeien overal. Ik weet dat, maar voor Sandra wordt het een reuze ontdekking.

Ik heb haar op queeste gestuurd om de bomen te vinden. Thuis, of zo ver ze er maar voor moest reizen. Want het zit m natuurlijk niet in die stokjes! Het gebeurt tijdens de reis. Het gebeurt op het moment dat je de boom voor het eerst hebt gespot. Het gebeurt op het moment dat je daar staat, met de snoeischaar in het park, of puzzelend boven de dode takjes, of het wel de goeie zijn. En hoe je daar achter komt.

En daarom is het ook niet erg om fouten te maken. Op lange termijn bestaan er geen fouten. Door vlijtig te werken,  en alles goed wil doen, alleen omdat het moet, die mist de hele clue.

Dat is het mooie aan regressiewerk. Als je leven hele moeizaam is, is er ergens iets niet goed gegaan.

En dat kun je nu, zoveel jaren of zoveel levens later, gewoon hestellen, omdat je je opties van toen veel beter kunt inschatten.

En dat is het mooie aan Jera. Oogst, dat komt ergens door. En terwijl je aan het werk bent, is het goed om te weten dat er oogst komt, en ook, omje daar verder niet om te bekommeren.

Welke magische ervaringen heb jij, met vorige levens? Vertel het in het commentaar.

De kunst om mee te surfen op het kosmische getij, op het ritme van de zon en de maan: daar word je blij van. Dat is de Hartslag van de Tempel.

Meld je hier aan, dan krijg je de traditionele wijsheid gratis in je mailbox. 

Midwinter, een traditie vol symboliek: deel 1. De Kerstkrans

DSC02268-277x300Ieder jaar maak ik een kerstkrans. Het is een uurtje werk en dan heb ik een gezellige kerstdecoratie in huis. Een magisch sfeerstuk vol prachtige, oeroude  symboliek.

Hoe maak je zo’n krans?

Je moet het jezelf niet te moeilijk maken, als je iets af wilt krijgen. Ik neem de tuinschaar en knip dus gewoon wat  groene takken uit de tuin. Thuja, klimop, en wat groene dennentakken die ik mee had genomen van een boswandeling. Ze slingeren overal rond en er hoeft geen boom voor te sneuvelen.

Op een krans van kale druivenranken bond ik met groen touw wat Thuja, en Klimop met beginnende bessen en het dennengroen.

Daarin prikte ik met ijzerdraad wat mini appeltjes van de sierappel en wat rozenbottels. Een paar strosterretjes en een rood lint met sterren maken het helemaal af. En die frisse geur van de thuja ruikt zo lekker kerstachtig terwijl je bezig bent.

Het was leuk om te doen, en al doende mijmerde ik over de diepere betekenis van de krans. De groene takken; de rode linten, de ronde vorm, het zijn  stuk voor stuk zinnebeelden vol betekenis.

In de komende 10 dagen op weg naar Midwinter vertel ik daar iedere dag iets over. Want hoewel de Kerstkrans op het eerste gezicht een christelijke symbool lijkt, zit het in werkelijkheid boordevol vol voorouderlijke symboliek uit de traditionele Europese wijsheid.

Welke kerstdecoratie vind jij het fijnste en wat symboliseert dat voor jou? Vertel het in de reacties.

Grenzen stellen: het meisje zonder handen

stop-hier-grensGrenzen stellen. Het is een hot item. Moeten onze grenzen dicht? Moeten ze juist open? En hoe doe je dat persoonlijk?

Voor veel vrouwen is grenzen stellen de ultieme nachtmerrie. Dat is raar. Want Grenzen Trekken is toch juist goed?  Het is toch belangrijk? Je moet helemaal jezelf zijn. Your vibe attracts your tribe. Of niet soms? En trouwens, er komt een moment, dan moet je wel. Dan is het grenzen trekken of ten onder gaan.

Maar die grenzen ontketenen dus een drama. Je argumenten worden van tafel geveegd. Mensen beginnen lelijke dingen over je te zeggen. Je reputatie wordt beschadigd. Allerlei gezellige kennissen hebben geen tijd meer voor je. Met een beetje pech verlies je klanten, je baan en zelfs het dak boven je hoofd.

Machteloos
Daar sta je dan. Volkomen machteloos. Het voelt ongelooflijk onrechtvaardig. Je hebt niks verkeerd gedaan. Je hebt alleen je eigen grens aangegeven,  en dat moest, anders had je geen leven. Maar al je mogelijkheden zijn opeens verdampt.

Ik weet dat, want ik heb het allemaal meegemaakt. Meerdere keren zelfs. De verwarring, het ongeloof, de pijn, de eenzaamheid. Vooral de machteloosheid en het onrecht waren bijna niet te verdragen. Het schijnt een dingetje te zijn van mijn gesternte: Maan-Neptunus op het MC. In schorpioen. Deal with it.

Sprookje
Mijn Zeeuwse Voormoeders, hielpen me er doorheen. De Zeeuwen weten hoe ze moeten dealen met narigheid. Hun motto is Luctor et Emergo. Ik worstel en kom boven. Dat konden ze, die wijze Hoedsters van de T.E.W.. Onder het spinnen weefden ze de fijne  kneepjes van een leven in vrijheid tot mooie verhalen. Hun antwoorden  zitten verpakt in een griezelig sprookje: het meisje zonder handen.

08ff76e82397eab3793aa8153fe007d5

Het Meisje zonder handen. Deal with it.
Daar stond ze dan, de molenaarsdochter. Handen ferm in de zij, oog in oog met haar vader.
’Nee,’ zei ze. ’Ik doe het niet.’
’O, jawel. Jij doet het wel.’ Het mes in zijn handen. Die dwingende hardheid om zijn mond.  De meelvlekken op het glanzende fluweel van zijn kleren. Het mes in zijn handen.

Wat nu?
Trouwen met de duivel? Omdat pa dat op een avond had beloofd?
Echt niet.
Never, never, never nooit niet. Alles, maar dat niet. Waarom wilde hij dat?  Hij had toch alles, sinds die mooie avond! Wat zeurde hij nou?

Liefde, dacht ze. Liefde heelt alles! Hij was in wezen een heel lieve man, hij was alleen even de weg kwijt. Ze moest het hem gewoon even uitleggen.

grenzen0Met een helderwit krijtje trok ze duidelijke grenzen om zich heen. ‘Kijk, pap,’ zei ze. ‘Tot hier mag je komen. En dit stuk hier, dit is van mij.’ Ze keek hem aan, vol liefde. Nu zou hij het wel begrijpen.

Maar toen ze opkeek, stond ze oog in oog met het gruwelijke, onmenselijke gezicht van de duivel. Hij draaide zich wel om en hij ging wel weg, stampvoetend, maar hij was vastberaden, hoeveel liefde ze ook stuurde.
En als de golven van het opkomend getij kwam hij terug. Hij leek gegroeid, sterker ook dan eerst, of was dat de duivel die achter hem stond?

‘ Ik heb jouw hand aan de duivel beloofd , dus jij gaat met hem mee.,’  zei hij. ‘Jij trouwt met wie ik wil.’
‘Nee!’ zei ze ferm, al bibberde ze van binnen. Hij keek haar zo vernietigend aan, dat haar hart brak. Tranen overstroomden haar gezicht, haar handen.

Wezen van licht en vuur

7266819640_83d6d7c12dEven deinsde de duivel  terug voor al dat water, want hij was een wezen van licht en vuur. Maar zodra haar tranen waren opgedroogd, kwam hij  terug, sterker vastberadener dan ooit,  met een zachte, superieure glimlach.

’Kom toch, schatje. Doe nu niet zo dwaas, je kwetst me. Ik heb een reis gepland voor ons, de hele wereld rond. Ik weet overal de weg, ik laat je alles zien. Ik geef je schatten en mooie kleren en je zult voorgoed de mijne zijn,’

Hij had haar vader fantastisch geholpen. Ze zou volkomen veilig bij hem zijn! En het zou haar aan niets ontbreken.Zijn blik was meer dan uitnodigend. Hij was indringend, hypnotiserend, verlammend.

Haar ’nee,’ was nauwelijks te horen.
Zijn ’Waaat?’ galmde des te luider.
‘Nee,’ fluisterde ze, en nogmaals ’nee.’. Want opeens zag ze het. De meedogenloosheid in zijn ogen. De ongeïnteresseerdheid in zijn gebaren. Alsof ze een etalagepop was, die hij pronkend kon laten rondparaderen. Haar vrije wil, dat was het enige wat hij vroeg. Het enige? Het was alles wat ze had, alles wat ze was.

Ik doe het niet,’  zei ze. ‘Ga weg.’ Zijn verleidelijke gezicht vertrok tot een lelijke grimas. ’Goed dan, jouw keus!’ brulde hij. ‘Ik ga weg. Maar je handen zijn me beloofd. Die zijn van mij. Hak ze eraf.’

Luctor-et-Emergo1

 

 

 

 

 

Een bijl flitste.  Was het de duivel, of was het haar vader?

Een vrouwenstem gilde.
Haar moeder? Zijzelf? Ze schreeuwde, ze huilde. Maar ze kon al niets meer doen. Haar handen lagen al in de modder. Twee keer vijf vingers, waar ze nu nooit gebruik van zou kunnen maken.

‘Hier, neem deze mooie mantel, als afscheidsgeschenk,’  grijnsde hij. Machteloosheid plooide zich in soepele plooien om haar heen, een waterval van wanhoop. ‘Goeie reis.’

Luctor et emergo.

art-robot-hand-1.jpg71cb94bb-b23d-4d93-a818-19e4262d86b8LargerZe vertrok nog dezelfde middag. Je wilt niet weten hoe ze het klaarde. t Is een lang verhaal met veel tranen.

Er kwam een stoere koning in voor, die mooie bionische zilveren handen voor haar maakte. En een lieve schoonmoeder, die haar hielp en steunde. Heel iets anders dan de vrouw van de molenaar.

Ook de duivel kwam nog een keer terug en nam haar voor de tweede keer alles af wat ze had.

TempelMetBloemen2011Tot ze bij een Voormoeder belandde, in een eenzaam hutje in het bos. Die vrouw had vroeger precies hetzelfde meegemaakt. Ze begreep haar. Ze wist hoe dat moest.

En daar, voor het eerst, ontdekte het meisje zichzelf. Haar echte zelf. Heel langzaam drong het tot haar door, wie ze was en wat ze kon. Wat haar kracht was en hoe ze daarmee kon werken. Er gebeurde een wonder. Haar handen begonnen weer aan te groeien.

En toen pas, doen die handen aangroeiden, drong tot haar door, hoe anders ze voelden dan die handen die vroeger waren afgehakt. Zou het zo zijn, dat die afgehakte handen helemaal niet van haar waren geweest?  Ze was zonder eigen handen geboren en ze had nooit eigen handen ontwikkeld. Domweg, omdat alles thuis al van de duivel was. Er was  nooit plek voor haar geweest. Niet voor wie zie werkelijk was.

Die handen die afgehakt waren, waren dus  allang in bezit van de duivel. Toen hij ze liet hakken, had hij haar in wezen haar vrijheid terug gegeven, op de enige mogelijke manier. Een manier, die echt een duivel van hem maakte, zo lang je de tenminste de aardse illusies als waarheid en werkelijkheid ziet.

Stiekem heeft hij vrede gesloten met die oude vrouw in het bos. Soms zie je het vuurwerk uit het huisje komen. Maar het is enkel vuur van liefde. Nooit dwang.

open-handen-zonnestraal

Meer weten over de tempel, de T.E.W., en hoe je met je grenzen kunt stellen  je eigen handen kunt laten groeien om een mooi leven te maken?

Kijk bij: wat kunnen we voor je doen. En bestel hieronder de gratis Reis naar de tempel.